Wonen bij Mormonen

PIN
Ik heb gisteravond het gratis eboek “Wonen bij Mormonen” van Hanneke Koppers gelezen.   Interessant om eens de wereld door de ogen van een uitwisselingsstudente te zien, hoe ze worstelt met zichzelf en haar nieuwe omgeving. Ze komt duidelijk terecht in een gezin dat niet open staat voor de wereld. Haar eerste gastgezin houdt krampachtig vast aan de eigen wereld. OK, als je een gaststudent opvangt, is het de bedoeling dat ze deel uitmaakt van je gezin, dat je haar aanmoedigt en vooral uitnodigt om op te steken van jouw leefwereld en cultuur, maar dat opdringen is volgens mij een stap te ver. Getuige daarvan is het verhaal over het antwoord waarom men republikeins stemt: “omdat ze dat al generaties doen en stel daar geen vragen over”. Mijn haar kwam recht bij zoveel kortzichtigheid.   Als je dit boek leest, lees je naar mijn aanvoelen een soort aanklacht tegen het starre Mormoonse denken. Laat ik duidelijk stellen dat dit niet eigen is aan Mormonen. Volgens mij kan je enggeestige mensen in elke cultuur vinden. Zelfs in mijn familie ken ik mensen die op de vraag “waarom stem je altijd op de socialisten” zullen antwoorden “omdat onze familie dat altijd al deed voor alles wat de socialisten vroeger goed hebben gedaan”.   Wat ik al prachtig vond van het moment dat ik uitzocht of de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen iets voor mij was, is het elfde geloofsartikel van onze kerk:
Wij eisen het goed recht de almachtige God te aanbidden volgens de stem van ons eigen geweten, en kennen alle mensen hetzelfde goed recht toe: laat hen aanbidden hoe, waar of wat zij willen.
  OK, ik geef toe dat het dikwijls een moeilijk evenwicht is voor ons als Mormonen. Je moet begrijpen dat wij enorm gelukkig zijn met de openbaringen die we hebben van onze profeten en met onze kennis van Gods heilsplan. Het aloude spreekwoord zegt “gedeelde vreugd is dubbele vreugd”. Dat verklaart voor een heel pak waarom Mormonen uiteraard graag over hun geloof praten. We zijn geen duistere sekte, noch zijn we constant op jacht naar zieltjes. We praten gewoon graag openlijk over ons geluk en delen dat graag met anderen.   Er is uiteraard ook de opdracht van onze Heer: “Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping.” (Marcus 16:15). Ook die opdracht nemen we als Mormonen serieus. Daarom dat jonge mannen (en vrouwen) op 18- of 19-jarige leeftijd gedurende twee jaar de wereld intrekken om fulltime het Woord te verkondigen. Soms doen ze dat door op deuren te kloppen of door mensen in het station aan te spreken, maar evengoed op basis van verwijzingen van leden.   Maar we hebben zeker respect voor iedereen. Ik zal zelf vrijelijk over mijn geloof praten, mijn goede vrienden hebben inmiddels allemaal een boek of foldertje gehad zodat ze minstens weten of de kans hebben te weten waarom ik zo veranderd ben, maar ik ga niet iedere week op 100 deuren kloppen of iedereen in mijn vriendenkring gaan bezweren “bekeert u of er gebeuren grote ongelukken”.   Dus om terug te komen op de ervaringen van Anouk: de eindscene is echt wel typerend voor Mormonen. Het feit dat ze bad op haar eigen manier en een kruisteken maakte, kon op veel bijval en respect rekenen. Als mede-christen zijn we gewoon blij als iemand anders ook gelooft in Christus, al is het op een andere manier.   Mocht er dus ergens een uitwisselingsstudent zijn die ook eens wil proberen bij Mormonen te wonen, hij of zij mag mij altijd een seintje geven.

Ontdek meer van GeensZins

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Ontdek meer van GeensZins

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder