Een Ierse journalist stelt drie vragen. Drie Vlaamse radiopresentatoren weten niet meer waar ze kijken.
Het fragment circuleert intussen honderdduizenden keren op X. Colm Flynn, journalist voor het katholieke EWTN News, confronteert Sam De Bruyn, Eva De Roo en Dries Lenaerts op een mediaconferentie in Riga met een filmpje dat ze twee maanden eerder zelf maakten. Voor Blue Monday sloegen ze in een ‘rage room’ allerlei voorwerpen kapot — een servies, een computerscherm, en twee beelden van Maria en Jezus. Humoristisch bedoeld. Niet zo hard over nagedacht.
Flynn stelt één simpele vraag: ‘Zouden jullie hetzelfde doen met symbolen van de islam of het jodendom?’
Het antwoord is nee.
Meer hoef je eigenlijk niet te weten.
De symmetrievraag die alles zegt
Ik wil eerlijk zijn: de rage room op zich is niet mijn grootste bezorgdheid. Mensen slaan dingen kapot om stoom af te laten, en als er toevallig een gebroken Mariabeeldje in de rommelkamer staat, snap ik de verleiding van de grap. Wat me raakt, is het antwoord dat daarna volgt.
‘We komen zelf uit de christelijke traditie. Het is meer lachen met onszelf.’
‘Het is anders als je dat doet met een religie waar je niets van kent.’
Twee zinnen die bedoeld zijn als verdediging, maar die in werkelijkheid de kwetsbaarheid blootleggen. Want als je zegt dat je iets mag omdat het ‘je eigen traditie’ is, dan erken je tegelijk dat er een grens bestaat — je legt die grens alleen net buiten jezelf. En als je zegt dat je de islam of het jodendom met rust laat omdat je die te weinig kent, dan zeg je impliciet: er zijn religies waarvoor we voorzichtig zijn, en er zijn religies waarvoor we dat niet hoeven te zijn.
Dat is geen positie die je lang kunt volhouden zonder jezelf tegen te komen.
Vanwaar die voorzichtigheid voor sommige religies?
Ik stel me een eerlijke vraag, en ik denk dat we het antwoord eigenlijk al kennen: de reden waarom men zorgvuldiger omspringt met islamitische of joodse symbolen is niet louter uit diep respect. Het is ook — misschien zelfs voornamelijk — omdat men weet dat die gemeenschappen van zich laten horen. Dat er reactie komt. Dat er consequenties zijn. Niet noodzakelijk gewelddadig, maar vocaal, duidelijk, en consequent.
Christenen in Vlaanderen doen dat minder. We slikken het. We halen de schouders op. We zeggen: ‘t is maar een grap. We vinden het wat jammer maar we willen ook niet de indruk wekken dat we betweterig zijn, of bekrompen, of — God verhoede het — fundamentalistisch.
En precies daardoor verschuift de grens telkens een stukje verder.
Ik wil niet klagen. Maar ik wil wel een vraag stellen: als wij zelf niet durven zeggen dat iets ons raakt, waarom zouden anderen daar dan rekening mee houden? Het bemoedigende aan dit verhaal is niet dat een Ierse journalist de vinger op de wonde legde — het is dat er daarna massaal gereageerd werd. Dat er wél een signaal was. Dat de VRT zich genoodzaakt voelde om iets van excuses te formuleren. Laten we eerlijk zijn: zonder die golf van reacties was er geen woordvoerder verschenen met een verklaring. Dat weet iedereen.
Het is dus bemoedigend dat christenen van zich lieten horen. Al was het langs een omweg, via het buitenland, via sociale media, via verontwaardiging die een paar dagen leefde en toen weer stierf. Maar het toont aan dat het kan. Dat er genoeg mensen zijn die zeggen: nee, dit vind ik niet oké. En dat dit effect heeft.
Respect vragen begint bij respect tonen
Hier wil ik eerlijk zijn over de andere kant van de medaille. Want ik geloof niet in christenen die op hun strepen gaan staan zonder zelf te kijken naar wat ze uitstralen.
Respect vragen kan alleen als je respect toont.
Dat betekent dat ik als christen ook echt respect moet hebben voor de islam. Voor het jodendom. Voor mensen die helemaal niet geloven. En bij dat laatste wil ik even stilstaan, want dat wordt soms vergeten: een groot deel van het respect bestaat ook uit de aanvaarding dat wat voor mij het belangrijkste ter wereld is — mijn geloof, mijn identiteit, mijn relatie met God — voor een ander simpelweg niet bestaat of niet telt. Dat is zijn of haar goed recht. Ik wil geen christen zijn die voortdurend op zoek is naar beledigingen, die overal aanstoot neemt, die humor uit de weg gaat.
Want als je echt sterk staat in je geloof, dan kan een portie humor er best bij. Meer zelfs: ik zou zeggen dat humor een teken is van vertrouwen. Van de zekerheid dat wat jij gelooft niet instort zodra iemand erover lacht.

Het mooiste voorbeeld dat ik hiervoor kan geven — en ik meen het serieus — is de musical The Book of Mormon. Een Broadway-productie die één grote, briljante satire is op precies wat ik geloof. Op mijn kerk, mijn missionarissen, mijn theologie. Ik geniet er enorm van. Misschien zelfs meer dan een buitenstaander, omdat ik de verwijzingen allemaal herken. Ik hoef niet verontwaardigd te zijn over The Book of Mormon. Het is geen aanval op wat ik ben — het is theater, het is kunst, het is een buitenstaander die iets probeert te begrijpen via de enige taal die hij kent.
Maar er is een verschil tussen satire en vernieling. Tussen een cartoon die nadenkt en een hamer die neerkomt.
Voorbij de contrareactie
Ik kan begrijpen waar het vandaan komt. Eeuwenlang was de katholieke kerk in dit land een instituut met echte macht — over onderwijs, over politiek, over hoe mensen leefden en dachten. De contrareactie daarop is begrijpelijk, zelfs legitiem. Als een instituut te lang te veel heeft bepaald, is er een generatie nodig die die macht symbolisch doorbreekt. De rage room als geseculariseerd Vlaanderen dat zijn erfgoed letterlijk aan diggelen gooit.
Maar we zijn in 2026. De kerk heeft geen institutionele macht meer. Dat is goed. Dat moet zo blijven. Maar de religie zelf — het geloof, los van het instituut — dat is iets anders. En dat geloof oefent nog steeds een enorme invloed uit op mensen. Niet als macht van buitenaf, maar als kern van wie iemand is. Mijn geloof vormt mijn identiteit. Het bepaalt hoe ik naar de wereld kijk, hoe ik beslissingen neem, hoe ik omga met lijden en vreugde, met dood en leven.
Als je dat negeert, raak je niet een instelling. Je raakt een mens.
En dat vraagt om dezelfde zorgvuldigheid die we — terecht — ook opbrengen voor elke andere overtuiging die iemands identiteit mee vormt.
Durven zeggen waar we voor staan
De les die ik uit dit voorval trek is eigenlijk heel simpel, maar ze vraagt oefening: we mogen het zeggen. Beleefd. Zonder verontwaardiging die groter is dan de situatie vraagt. Maar duidelijk en zonder schroom.
Want zwijgen is geen bescheidenheid. Zwijgen is toestemming geven. Als wij als christenen telkens opzij stappen omdat we niemand willen voor het hoofd stoten, dan sturen we een signaal af: dit mag. Dit heeft geen gewicht. Dit raakt ons niet echt. En dan hoeven anderen daar inderdaad geen rekening mee te houden.
Dat betekent niet dat we bij elke grap protesteren of elk ongemak omzetten in een persbericht. Het betekent wel dat we, wanneer iets echt over de grens gaat, de moed vinden om te zeggen: ‘Dit raakt mij, en ik vraag respect daarvoor.’ Niet als slachtoffer. Niet met verwijten. Maar als iemand die weet wat hij gelooft en daar niet voor wegloopt.
Er is ook iets paradoxaals aan dit verhaal dat ik niet wil laten liggen. De reactie die het meeste indruk maakte, kwam niet van binnenuit. Het was een buitenlander die de vraag stelde die wij zelf hadden moeten stellen. Dat zegt iets. Niet over Colm Flynn — hij deed gewoon zijn werk. Maar over ons. Over hoe ver we al zijn meegegaan in de stilte. Over hoe vanzelfsprekend het is geworden om onze eigen overtuiging weg te relativeren voor de lieve vrede.
Die vrede is het niet waard. Niet omdat ruzie beter is, maar omdat echte dialoog alleen mogelijk is tussen mensen die durven zeggen wie ze zijn. Een gesprek met iemand die altijd instemt, is geen gesprek. Een samenleving waar één groep zich voortdurend inhoudt uit angst voor ongemak, is geen samenleving in evenwicht.
Dus ja: zeg het. Beleefd, warm, met begrip voor wie anders denkt. Maar zeg het. Niet omdat we de wereld willen veranderen met één reactie op sociale media, maar omdat we anders ophouden te bestaan als gesprekspartner. En dat verlies is groter dan het ongemak van de confrontatie.
Ontdek meer van GeensZins
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.





