Ik lees graag en veel, en de laatste tijd valt me iets op in de wereld van de filosofie en de harde wetenschap. Jarenlang was de boodschap helder: als je slim bent en de wetenschap serieus neemt, ben je atheïst. Het universum is een toevallige machine, materie is dood en je bewustzijn is een illusie van je brein.
Maar dat bastion begint scheuren te vertonen.
Een van de interessantste figuren die ik recent heb gevolgd is Philip Goff, een Britse professor en filosoof. Hij is geen zweverige goeroe, maar een serieuze denker die met logische argumenten de vloer aanveegt met het kille materialisme. Zijn stelling? Het universum is niet leeg en dood. Bewustzijn is geen toevallig bijproduct, maar een fundamentele eigenschap van alle materie.
Van toeval naar doel
Goff heeft onlangs een opvallende draai gemaakt. In zijn nieuwste boek, Why? The purpose of the universe, neemt hij afscheid van het strikte atheïsme. Hij kijkt naar de kosmos — naar hoe onwaarschijnlijk nauwkeurig de natuurwetten zijn afgesteld voor leven — en concludeert: dit kan geen toeval zijn. Er moet een ‘kosmisch doel’ zijn.
Het is fascinerend om te zien hoe dicht hij daarmee langs de waarheid scheert. Als ik zijn ideeën over ‘levende materie’ en een universum dat streeft naar intelligentie leg naast wat ik geloof, zie ik enorme raakvlakken. Het idee dat geest en materie onlosmakelijk verbonden zijn, is voor mij geen nieuwe theorie, maar een eeuwenoud principe. Wie daar meer over wil weten, verwijs ik naar Leer en Verbonden 29:31-34, waar Christus uitlegt dat voor Hem alles geestelijk geschapen is.
De krampachtige bocht
Toch wringt er iets. En dat zie je niet alleen bij Goff, maar bij steeds meer wetenschappers die op dit punt belanden. Ze zien de data. Ze zien dat het universum “bedoeld” lijkt. Maar de stap zetten om dat doel toe te schrijven aan een God? Dat is blijkbaar nog een brug te ver.
Je ziet dan een bijna krampachtige intellectuele gymnastiek ontstaan. Men verzint termen als ‘kosmopsychisme’ of speculeert dat het universum zelf een soort onpersoonlijk bewustzijn is dat ‘probeert’ goede dingen te doen. Alles wordt uit de kast getrokken om maar niet bij het G-woord uit te komen. Het is tegenstrijdig: wél erkennen dat er een intelligent ontwerp en een doel is, maar de Ontwerper ontkennen.
Het struikelblok van het lijden
Bij Goff is het duidelijk waar de schoen wringt. Hij is inmiddels ‘anti-atheïst’, maar hij kan de christelijke God niet omarmen vanwege één groot obstakel: het lijden in de wereld. Zijn redenering is klassiek: “Als er een almachtige en algoede God is, waarom is er dan zoveel pijn?” Omdat hij daar geen antwoord op heeft, kiest hij voor een middenweg: wel een doel, geen God.
En precies daar denk ik: Philip, je zou eens met ons moeten praten.
Het antwoord op dat vraagstuk is namelijk beschikbaar. Als je begrijpt dat God geen tovenaar is die lijden creëert voor zijn plezier, maar een Vader die ons in een wereld van wetten en keuzevrijheid laat groeien, valt het kwartje. Het besef dat materie, intelligentie en wetten eeuwig zijn — en dat God organiseert in plaats van tovert — lost het probleem op waar Goff op vastloopt. Het lijden is geen bewijs van Gods afwezigheid, maar een neveneffect van een universum waarin echte groei en echte keuzes mogelijk zijn.
Tijd voor intellectuele eerlijkheid
Mijn punt is dit: we leven in een boeiende tijd. De wetenschap schuift langzaam op. Steeds meer slimme mensen ontdekken dat het atheïstische verhaal van “alles is zinloos toeval” wetenschappelijk onhoudbaar wordt.
Geloof en wetenschap zijn geen vijanden. Sterker nog, ze hebben elkaar nodig om het hele plaatje te zien. Wetenschappers als Goff zijn al halverwege de ladder; ze zien dat er iets moet zijn. Ze missen alleen nog dat laatste stukje inzicht om te begrijpen Wie dat is.
Wetenschap toont ons steeds vaker dat er een God moet zijn. Het is tijd dat we stoppen met doen alsof dat een onwetenschappelijke gedachte is.
Ontdek meer van GeensZins
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


