Redelijk Gelovig: geloven in een seculiere wereld

Waarom ik geloof toevoeg aan mijn leven

W

Kort samengevat

Je hoeft niet te geloven om een goed mens te zijn — maar voor mij voegt geloof een dimensie toe die ik zelf nooit had kunnen bereiken. Het geeft me een kader om bewuster te kiezen, leert me tegenslag niet passief te ondergaan maar er zelf betekenis in te leggen, en toont dit leven als één hoofdstuk in een verhaal dat doorloopt in plaats van ergens opnieuw te beginnen. Dat maakt me, jaar na jaar, gelukkiger.

Er zijn dingen die je pas mist als je ze even kwijt bent geweest. Een dag zonder internet voelt storend, tot je je beseft dat je vroeger jarenlang zonder hebt geleefd en het je niks deed. Zo werkt gemis vaak: het is er pas zodra je weet wat je verliest. Ik denk dat geloof hetzelfde patroon volgt. Wie nooit heeft geloofd, mist meestal niets bewust — en toch zie ik het overal om me heen: mensen die op zoek gaan naar rust via meditatie, naar zin via mindfulness, naar verbinding via allerlei vormen van spiritualiteit. Niet omdat ze ongelukkig zijn, maar omdat er iets knaagt dat ze zelf niet altijd kunnen benoemen.

Ik heb vijftien jaar gezocht voor ik het zelf kon benoemen. Niet naar geluk op zich, maar naar antwoorden. Waarom is er lijden? Waarom moet ik kiezen? Wat gebeurt er als dit voorbij is? Ik vond die antwoorden in de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Niet in één keer, en niet zonder dat mijn leven daarna plots probleemloos werd. Maar wel op een manier die me, jaar na jaar, gelukkiger heeft gemaakt. Ik wil proberen uit te leggen waarom — niet om je te overtuigen dat het waar is, maar om je te laten zien wat het me concreet oplevert.

Een kader om te kiezen

Iets waarin ik echt geloof, is dat wij hier zijn omdat een hemelse Vader wil dat we ooit bij Hem kunnen terugkeren en kunnen worden zoals Hij. Dat klinkt misschien groots, maar het plan zelf is opvallend eenvoudig. Het ligt niet in detail vast. Het is geen stappenplan waarin elke keuze al voorgeschreven staat. Het enige wat werkelijk centraal staat, is dat we zelf moeten kiezen.

Die keuzevrijheid is heilig. Zelfs God raakt er niet aan. Maar vrijheid van keuze betekent niet vrijheid van gevolg — we kiezen de weg, niet waar hij naartoe leidt. En daar zit de kern van waarom dit kader me helpt: hoe beter ik besef wat de mogelijke gevolgen van een keuze zijn, hoe overwogener ik kan kiezen. Zonder enig zicht op wat er op het spel staat, wordt kiezen een gok. Met een kader wordt het een afweging.

Er is een reden voor alles — niet ‘alles gebeurt met een reden’

Dit is misschien het belangrijkste onderscheid dat ik ooit heb leren maken, en het lijkt op het eerste gezicht een woordspel.

‘Alles gebeurt met een reden’ klinkt troostend, maar is eigenlijk een gevaarlijke zin. Ze veronderstelt dat er ergens, vooraf, al een reden werd vastgelegd voor wat je overkomt — alsof het lot een script schreef en jij daar nu doorheen loopt. Die gedachte kan verlammen. Ze kan er ook toe leiden dat je bij ernstig leed op zoek gaat naar een goedkope verklaring — ‘het zal ergens goed voor zijn’ — die op de meest kwetsbare momenten zelfs wreed aanvoelt.

Ik draai die zin liever om: er is een reden voor alles. Niet omdat die reden al vastligt, maar omdat jij die reden zelf kan opbouwen, in wat je ervan maakt. Niemand schreef vooraf waarom je iets overkomt. Maar jij kan, achteraf, betekenis geven aan hoe je ermee omgaat. Dat is geen woordspel — dat is het verschil tussen fatalisme en keuzevrijheid, toegepast op tegenslag.

Dat is voor mij een belangrijke definitie van geluk geworden: de moeilijkheden die er zijn, echt begrijpen, en toch weten dat er meer voorop ligt.

Een seculiere lezer zal hier terecht opmerken: dat kan ik toch ook, zonder geloof? Dat klopt. Betekenis geven aan wat je overkomt is geen exclusief recht van gelovigen. Wat geloof volgens mij toevoegt, is niet de opdracht om die betekenis te zoeken — die opdracht heeft iedereen — maar de bouwstenen om ze ook te vinden wanneer het echt donker is. Het besef dat je niet alleen op je eigen inzicht bent aangewezen, en het perspectief dat dit leven niet het volledige verhaal is, geven me iets om op terug te vallen net op de momenten waarop mijn eigen betekenisgeving tekortschiet.

Troost, geen passiviteit

Dat kader biedt troost, maar het mag nooit een excuus worden om niets te doen. God verwacht dat we handelen binnen wat mogelijk is. En laat me duidelijk zijn: niet alles is te overwinnen. Er zijn ziektes die ongeneeslijk zijn. Er is armoede, er zijn mentale uitdagingen, er zijn dingen die ons gewoon overkomen zonder dat we er iets aan konden doen. Wie dat meemaakt en denkt ‘mijn geloof is blijkbaar niet sterk genoeg’, trek ik meteen recht: geloof is geen instant-genezing, en Christus is niet een soort automaat waar je de uitkomst kiest die je wil.

Wat het wel geeft, is gezelschap in het dragen ervan. Niet alleen van mensen om je heen, hoe belangrijk die ook zijn, maar het besef dat je dit nooit volledig alleen hoeft te dragen. Christus is er ook voor jou.

De derde dimensie

Stel je een wereld voor die volledig plat is. Iedereen die er woont, is een vlakke figuur — een zeshoek, een parallellogram, een paar ingewikkelder vormen. Elk van die figuren kan zijn eigen platte wereld heel eerlijk en heel grondig in kaart brengen. Dat maakt hun kaart niet slechter. Maar wie plots een derde dimensie leert kennen, krijgt in één klap zoveel meer mee dan wie binnen het platte vlak blijft zoeken — niet omdat die laatste minder goed nadenkt, maar omdat een deel van de werkelijkheid voor hem structureel onbereikbaar blijft, hoe scherp hij ook waarneemt.

Een overtuigd humanist zou hier tegenin kunnen brengen dat een zelfgeformuleerd antwoord net authentieker is dan een antwoord dat je aangereikt kreeg. Ik snap die intuïtie, maar ik denk dat ze de zaken omdraait. Authenticiteit zit niet in waar je informatie vandaan komt, ze zit in wat je ermee doet. Dat ik bepaalde antwoorden aangereikt kreeg, maakt mijn keuze om ze te aanvaarden, te doordenken en ernaar te leven niet minder van mij. Ik kies nog altijd zelf. Het verschil met puur zelfgeformuleerde antwoorden is dan ook geen verschil in hoeveelheid inzicht — het is een verschil in soort. De een bouwt zijn kaart met wat binnen zijn platte wereld waarneembaar is. De ander krijgt er een dimensie bij die hij zelf nooit had kunnen ontdekken.

Een verhaal met hoofdstukken, geen nieuw leven

Ik geloof niet dat er na dit leven een nieuw leven begint, alsof dit hoofdstuk afsluit en er ergens een ander verhaal start. Ik geloof in één ononderbroken bestaan, met dit leven als één fase daarin. Er was al iets van mij vóór ik hier op aarde kwam. Dit hier, nu, met alles wat erbij hoort — het mooie en het moeilijke — is het volgende hoofdstuk. En wat na dit leven komt, is geen nieuw boek dat ergens anders begint, maar hetzelfde verhaal dat verdergaat.

Dat besef verandert iets in hoe ik naar vandaag kijk. Het is geen reden om dit leven minder ernstig te nemen — integendeel. Precies omdat dit een hoofdstuk is in plaats van het hele verhaal, wil ik het goed schrijven. Niet: ‘het is hier slecht, maar straks wordt het beter.’ Wel: wat ik hier leer en word, neem ik mee naar het volgende hoofdstuk. Dat is zelfs één van de belangrijkste redenen waarom we hier zijn. Dat besef motiveert me om telkens op zoek te gaan naar de reden waarom iets gebeurt en vooral een les te leren hoe ik het de volgende keer beter kan doen.

Geloof doet ook pijn, en dat wil ik niet verzwijgen

Ik zou oneerlijk zijn als ik deed alsof geloof, of een geloofsgemeenschap, nooit iets van pijn veroorzaakt. Dat gebeurt. Maar in mijn ervaring ligt die pijn zelden aan het geloof zelf — meestal aan de onvolmaakte mensen die er deel van uitmaken, of aan het moment waarop een levensvisie botst met een persoonlijke keuze of ervaring die op dat moment enorm belangrijk aanvoelde. Ik heb daar niet overal een antwoord op klaar, en ik ga hier ook niet doen alsof.

Wat vijftien jaar met mij deed

Ik ben geen perfect mens geworden. Ik heb nog altijd een kort lontje en moet mezelf regelmatig eraan herinneren om na te denken voor ik spreek. Maar in vijftien jaar ben ik wel veranderd. Ik zoek veel minder conflict op. Waar ik vroeger snel het debat aanging, zoek ik nu vaker de vrede op. En als ik nu mijn kort lontje heb zien opbranden, ga ik me nadien excuseren en proberen te verbeteren. Dat is geen toeval — het is het rechtstreekse gevolg van jarenlang proberen te leven volgens wat Christus leerde.

Een uitnodiging, geen vereiste

Ik zeg dit heel bewust: je hoeft niet te geloven om een goed mens te zijn. Er zijn filosofieën — het stoïcisme, het humanisme, … — die mensen even goed en even ethisch maken, en vaak vanuit dezelfde zoektocht naar zin die mij naar geloof bracht. Geloof is geen garantie op deugdzaamheid, en het is er ook geen voorwaarde voor.

Maar voor mij heeft het wel een dimensie toegevoegd die ik zelf nooit had kunnen bereiken. Het gaf me een kader om te kiezen, een manier om tegenslag niet passief te ondergaan maar er betekenis in te vinden, en het perspectief dat dit leven een hoofdstuk is in plaats van het hele verhaal. Dat maakt me, jaar na jaar, gelukkiger.

Wil je hier dieper induiken dan één blogpost toelaat — hoe ik daar zelf ben geraakt, en wat het precies met me deed — dan schreef ik er een heel boek over: Redelijk gelovig.


Ontdek meer van GeensZins

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

0 0 stemmen
Artikel waardering
Abonneer
Laat het weten als er

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Redelijk Gelovig: geloven in een seculiere wereld