Ik luisterde onlangs naar de podcast Het Kwartier en ik werd getroffen door een pijnlijke realiteit: het aantal jonge mensen tussen 18 en 34 jaar dat thuiszit met een burn-out is op vier jaar tijd meer dan verdubbeld. Dat zijn hallucinante cijfers. Het is een fenomeen dat we niet meer kunnen negeren en dat alle lagen van de bevolking raakt. Zelfs Mathias De Clercq, de burgemeester van de stad Gent, gaf recent in De Standaard toe dat hij ernstig overwogen heeft om te stoppen. Hij botste op zijn limieten, ondanks dat hij zijn job doodgraag doet.
Het zette me aan het denken. Niet alleen als bedrijfsleider die ziet hoe hoog de lat ligt, maar ook als gelovig mens. Want hoe gaan we om met die druk in een wereld die nooit stilstaat? En is de standaardoplossing die de wereld ons aanreikt wel compleet?
De perfecte storm: alles kan, dus alles moet
In de podcast werd de vinger op de zere plek gelegd. We zijn opgegroeid met het idee dat alles kan. De wereld ligt aan onze voeten, vliegtuigtickets zijn goedkoop, het internet verbreedt onze blik. Maar de keerzijde van die medaille is genadeloos: als alles kan, heb je al snel het gevoel dat alles ook moet.
We willen niet alleen professioneel scoren. We willen ook de perfecte ouder zijn, een rijk sociaal leven hebben, sportieve doelen halen die goed staan op Strava, en tussendoor nog culinair lunchen – zolang het maar “Instagrammable” is. We verdrinken in de mogelijkheden. Het resultaat is wat psychologen “zelfkritisch perfectionisme” noemen. We vragen ons constant af: “Ben ik wel goed genoeg?”.
En als het licht dan uitgaat – als we mentaal en fysiek crashen – krijgen we vaak hetzelfde advies: “Neem tijd voor jezelf.” “Zet jezelf op de eerste plaats.” “Wees mild voor jezelf”. Begrijp me niet verkeerd: dat is absoluut waar. Als je been gebroken is, moet je rusten. Als je geest gebroken is, is die rust en professionele begeleiding net zo noodzakelijk.
Een spirituele paradox
Toch knaagt er iets bij mij aan die eenzijdige focus op ‘self-care’. In onze moderne psychologie staat het ‘ik’ centraal bij herstel. We moeten onze grenzen bewaken, onszelf afschermen en focussen op onze eigen noden. Maar vanuit mijn geloofsovertuiging als lid van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, geloof ik dat er nog een andere dimensie is. Een spirituele dimensie die vaak over het hoofd wordt gezien, maar die juist een krachtig tegengif kan zijn voor de rat race.
Er schuilt namelijk een groot gevaar in te veel focus op jezelf: je blijft rondjes draaien in je eigen hoofd. Je eigen problemen, je eigen tekortkomingen en je eigen stress blijven het middelpunt van je universum.
Er is een oud christelijk principe dat haaks staat op onze huidige tijdgeest, maar dat in de praktijk een wonderbaarlijke genezende werking heeft: jezelf vinden door jezelf te verliezen in de zorg voor een ander.
De kracht van ‘bediening’
Binnen onze geloofsgemeenschap kennen we het concept ‘bediening’ (of ministering). Voor iemand die niet vertrouwd is met onze kerk klinkt dat misschien als een zwaar, theologisch woord, of als een administratieve taak. Maar de essentie is prachtig en, denk ik, relevanter dan ooit.
Bediening is niet zomaar “iets goeds doen voor een buurman”. Het is een fundamentele levenshouding waarbij je bewust omziet naar de mensen om je heen, zoals Jezus Christus dat deed. Het gaat niet om het afvinken van een bezoekje. Het gaat om oprechte interesse: “Ik zie jou. Ik zie je noden. Ik ben er voor jou.”
Waarom helpt dit tegen burn-out? Omdat dienen je perspectief radicaal kantelt. Wanneer je je actief inzet voor iemand anders – een zieke bezoeken, een luisterend oor bieden aan iemand die eenzaam is, of gewoon een praktische klus klaren voor een jong gezin – gebeurt er iets in je hersenen én in je ziel. Je stapt uit de tunnelvisie van je eigen stress. De constante interne dialoog van “moeten” en “presteren” valt even stil, omdat je focus verlegd is naar de ander.
Uit de rat race, in de gemeenschap
Spiritueel gezien geloof ik dat God ons zo gemaakt heeft. We zijn niet gemaakt om als geïsoleerde individuen te strijden voor de eerste plek. We zijn gemaakt voor verbinding.
In onze kerkelijke gemeenschap proberen we dat vangnet te zijn. Bediening zorgt ervoor dat niemand onzichtbaar is. Het creëert een cultuur waarin het oké is om even niet sterk te zijn, omdat je weet dat er anderen zijn die voor jou ‘bedienen’ als jij het niet kan.
- Het haalt de focus weg van status (wat heb ik bereikt?) naar betekenis (wat heb ik betekend voor een ander?).
- Het vervangt de vluchtige likes op sociale media door diepe, menselijke connectie.
Natuurlijk is dit geen magische oplossing. Lid zijn van een kerk maakt je niet immuun voor de druk van de maatschappij. Ook in onze kerkbanken zitten mensen die worstelen, die uitgeput zijn, die het gevoel hebben dat ze falen. Ook wij moeten waken voor de valkuil dat we ‘bediening’ niet ook weer gaan zien als een taak die ‘moet’ en waar we ‘perfect’ in moeten zijn.
Een nieuwe manier van herladen
Maar ik ben ervan overtuigd dat de actieve beoefening van naastenliefde een essentiële sleutel is tot duurzaam geluk. Het is een manier om te herladen die niet passief is (zoals op de bank liggen), maar actief en zingevend.
Als je voelt dat je vastloopt, is de reflex vaak om je terug te trekken. Probeer eens, hoe klein ook, het tegenovergestelde. Kijk om je heen. Wie heeft er hulp nodig? Door die ander te helpen, heel je vaak ongemerkt een stukje van jezelf.
Misschien is dat wel de ultieme spirituele les voor onze tijd: de weg uit de burn-out is niet alleen een weg naar binnen, maar ook een weg naar buiten. Naar de ander toe.
Ontdek meer van GeensZins
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


