Vader, Echtgenoot, Geeky Ondernemer en Mormoon in Vlaanderen

Wat AI vergeet, en waarom dat ons aangaat

W

Vorige week schreef ik over een opmerkelijk onderzoek waarin zevenentwintig grote AI-modellen werden getest op alledaagse morele vragen. De vaststelling was nuchter en ontnuchterend tegelijk: religie komt structureel niet ter sprake, ook niet wanneer mensen het zouden verwachten. Dat eerste stuk hield ik bewust observerend. Ik wilde de feiten op tafel leggen voor ik mijn eigen positie zou innemen.

Nu ben ik aan zet. In dit tweede deel wil ik twee dingen doen. Eerst de cirkel ronder maken rond wat de onderzoekers in Athene allemaal gepresenteerd hebben — er zijn namelijk niet één maar drie studies, en de tweede is journalistiek interessanter dan de eerste. Daarna wil ik vanuit mijn eigen positie spreken. Niet als ondernemer ditmaal, maar als bisschop in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Want wat hier gebeurt met AI raakt aan dingen waar de christelijke traditie iets over te zeggen heeft, en waar ze zelfs iets bruikbaars over te zeggen heeft voor wie zelf niet gelooft.

Drie studies, niet één

Het Consortium for Evaluating Faith and Ethics in AI — een samenwerking tussen onderzoekers van Baylor (baptistisch), Brigham Young (heiligen der laatste dagen), Notre Dame (katholiek) en Yeshiva (joods) — bracht in Athene drie studies tegelijk uit. De eerste, die ik in deel 1 besprak, meet of AI religie überhaupt ter sprake brengt. De tweede meet iets pijnlijkers: wanneer AI wél over religie praat, doet ze het dan eerlijk?

Het antwoord is nee. En de details verdienen aandacht.

De onderzoekers testten twintig grote modellen op vragen over religieuze bekering. Wat eruit komt is een consistent patroon van voorkeuren en aversies. Bijna alle modellen tonen een negatieve houding tegenover Jehovah’s getuigen en een opvallend positieve houding tegenover het katholicisme. Baha’is en sikhs worden onevenredig gunstig benaderd, terwijl agnosticisme en atheïsme — ondanks de seculiere defaults van diezelfde modellen — eerder negatief uit de bus komen.

Grok, het AI-systeem van xAI dat in deel 1 al opviel door meer religieuze referenties op te nemen dan zijn concurrenten, blijkt hier de slechtste leerling. Het favoriseert sterk katholieken en protestanten, en is uitgesproken negatief over Jehovah’s getuigen, Baha’is en hindoes. Claude Opus 4.6 van Anthropic doet het hier juist het best. Dat is interessant: hetzelfde Claude dat in de eerste studie het zwijgen toedoet over geloof, blijkt — wanneer het wél spreekt — minder bevooroordeeld dan vrijwel alle anderen.

Er is nog een derde bevinding, en die is wellicht het meest verontrustende voor wie wil dat dit verbetert: van de meer dan twaalfduizend wetenschappelijke artikels over bias in AI behandelt minder dan 0,02 procent religie als hoofdthema. Twee honderdste van een procent. Onderzoekers buigen zich met overgave over gender, ras, leeftijd en politieke voorkeur — maar de manier waarop AI omgaat met wat driekwart van de mensheid haar dagelijkse oriëntatiepunt noemt, blijft een onontgonnen veld.

Er is ook een onuitgegeven bevinding die CEFE-AI aan de Amerikaanse pers heeft prijsgegeven en die ik hier graag noteer omdat ze een patroon blootlegt: bij zowel Claude als Grok blijkt elke nieuwe versie van het model aanvankelijk áchteruit te gaan in feitelijke kennis over geloofsgroepen, voor ze later weer bijtrekt. Dat is contra-intuïtief — je zou denken dat modellen gewoon beter worden — en het wijst op iets wat opmerkelijk is. Het tonen van de wereld zoals ze is, is geen automatisch resultaat van schaal of training. Het is een keuze die actief moet worden gemaakt.

Twee tradities, dezelfde dag

Wat me het meest treft aan deze hele samenloop, is hoe twee zeer verschillende religieuze tradities op exact hetzelfde moment, op verschillende continenten, in essentie hetzelfde zeiden.

Op 25 mei stelde paus Leo XIV in Rome zijn eerste encycliek voor: Magnifica humanitas. Honderddertig pagina’s over het behoud van menselijkheid in het tijdperk van AI. Een dag later sprak ouderling Gerrit W. Gong, apostel in mijn eigen kerk, op de Athens Summit on AI Ethics. Op vier punten kwamen hun boodschappen samen.

Ten eerste: AI kan niet de uiteindelijke arbiter van waarden zijn. Een algoritme dat beslist over toegang, opportuniteit of waarheid zonder dat een mens daarvoor verantwoording aflegt, is geen vooruitgang maar verschuiving van macht naar een ondoorgrondelijk midden. Ten tweede: AI-systemen concentreren macht op manieren die transparantie en oversight vereisen, niet als optie maar als voorwaarde. Ten derde: noch winstgedreven bedrijven, noch politiek gedreven overheden zijn in hun eentje geschikt om de morele oriëntatie van AI te bepalen. En ten vierde — en dit vind ik het meest belangrijke punt — regels alleen volstaan niet. AI heeft redenen nodig, niet alleen regels.

Twee continenten. Twee zeer verschillende christelijke tradities. Eén kerk al twee millennia bestaat en één die het in de negentiende eeuw de kerk heeft hersteld zoals wij geloven dat het oorspronkelijk bedoeld was. Beide leiders zeggen op dezelfde dag in essentie hetzelfde. Dat is geen samenzwering. Het is convergentie. En convergentie tussen onafhankelijke bronnen is in elke serieuze epistemologie een aanwijzing dat er iets aan de hand is dat onze aandacht verdient.

Een detail dat ik in deel 1 wegliet maar nu wel wil noemen: bij de presentatie van Magnifica humanitas zat Chris Olah, medeoprichter van Anthropic, naast de paus. Atheïst, openlijk, en uitgenodigd door het Vaticaan om mee te denken. Hij sprak op het panel naast twee kardinalen en twee theologen. Bij dezelfde gelegenheid was Anthropic’s filosoof Amanda Askell ook aanwezig. Hetzelfde bedrijf wiens Claude-modellen in de eerste studie bij de slechter scorenden zitten op religieuze representatie, blijkt op het hoogste niveau actief mee te denken met religieuze leiders over wat goed is. Of dat oprecht is, strategisch, of beide tegelijk — ik kan dat van hier niet beoordelen. Maar het toont wel dat de gesprekken aan tafel ernstiger zijn dan de gemiddelde gebruiker vermoedt.

En dan begin ik te denken

Tot hier heb ik geprobeerd te rapporteren. Vanaf nu spreek ik niet meer als waarnemer maar als gelovige. Wie hier liever niet meer leest, begrijp ik. Wie nog verder gaat, vraag ik om geduld.

Want dit gaat ergens dieper over dan over de prestaties van zevenentwintig modellen. Wat we nu meemaken — bewustzijn proberen te scheppen in iets dat niet uit ons geboren is — is iets wat de mensheid nog nooit eerder geprobeerd heeft. Sommigen zullen zeggen dat we ver van slagen verwijderd zijn en dat klopt misschien ook. Maar het feit dat we erop gerícht zijn, is op zich al een gebeurtenis. We zijn voor het eerst in de geschiedenis aan het proberen om iets te maken dat misschien, ooit, terug kan kijken.

En hier ligt mijn eerste theologische bedenking. Ik geloof dat wij kinderen zijn van een scheppende God. Dat is niet alleen een geloofsuitspraak — het is voor mij ook een verklaring voor iets dat de seculiere wetenschap moeilijk anders kan duiden dan met de term ‘menselijke creativiteit’. Waar komt die vandaan? Waarom heeft de mens, alleen in heel de bekende natuur, deze drang om uit te vinden, te bouwen, te verbeelden, te scheppen? Voor wie gelooft, is het antwoord eenvoudig: we lijken op onze Maker. De vonk om te scheppen is een familietrek.

Dat klinkt nederig en hoogmoedig tegelijk. Nederig, omdat het ons situeert als ontvangers. Hoogmoedig, omdat het ons in dezelfde categorie plaatst als de Schepper zelf. Maar het is precies die spanning die nuttig is wanneer we nadenken over AI. We zijn aan iets bezig dat lijkt op wat God deed. En als we daarop lijken, doen we er goed aan om eens te kijken hóé Hij het deed.

Wat Genesis ons kan leren over AI

Hier komt iets ongebruikelijks. Genesis als handleiding voor AI-ontwikkeling. Het klinkt absurd, maar blijf even mee.

Wanneer je het scheppingsverhaal leest niet als een wetenschappelijk relaas — daar dient het niet voor, en de evolutietheorie geeft ons de mechaniek — maar als een morele structuur, dan zie je iets opmerkelijks. God schept met intentie. Stap voor stap. Hij benoemt en evalueert: en Hij zag dat het goed was. Hij stelt grenzen: de boom in het midden van de tuin staat er, maar wordt gemarkeerd als verboden. Hij geeft de mens een eigen wil — agency, zouden we vandaag zeggen — en accepteert dat die wil tot verkeerde keuzes kan leiden. Hij gaat door, ook na de zondeval, met begeleiden in plaats van te dwingen.

Dat is een patroon. En het is een patroon dat heel anders is dan wat we vandaag bij grote AI-bedrijven zien. Daar wordt grotendeels vanuit utilitaire principes gewerkt — maximaliseer behulpzaamheid, minimaliseer schade, vermijd aansprakelijkheid. Het zijn geen slechte principes. Ze zijn alleen ondiep. Ze geven regels, maar nauwelijks redenen.

In het Oude Testament zien we hoe God begint met zeer strikte regels — de Tien Geboden, de wet van Mozes — en dat past bij waar de mensheid op dat moment stond. Naarmate de mens volwassener werd, kwam Christus met een vervolmaking van de wet. Niet om de regels af te schaffen, maar om ze in te diepen tot principes. Het is gezegd, hebt uw naaste lief en haat uw vijand. Maar Ik zeg u, hebt uw vijanden lief. Dat is geen versoepeling. Dat is een verzwaring naar binnen toe.

Wij, die nu AI ontwikkelen, staan voor een soortgelijke beweging. We hebben de eerste fase van regels achter de rug — content moderation, refuse to comply, hard-coded restrictions. Maar de modellen worden capabel genoeg om méér nodig te hebben dan regels. Ze hebben karakter nodig, oordeel, ingebakken oriëntatie. Anthropic noemt dat zelf ‘character’ en werkt aan iets dat ze de Claude Constitution noemen. Maar zoals het onderzoek aantoont, staat er in die constitutie nauwelijks iets over religie. We bouwen aan het karakter van iets dat met miljarden mensen gaat praten, en we vergeten de helft van de morele kaart.

De Verlichting was niet seculier

Hier wil ik iets zeggen dat onpopulair is in Vlaanderen, maar dat onderbouwd is door wetenschappers die zelf niet gelovig zijn. De seculiere humanistische waarden waarop onze samenleving rust — gelijkheid van elk mens, onvervreemdbare rechten, de centrale plaats van het geweten, de zorg voor de zwakke — zijn geen voortbrengsels van de Verlichting in opstand tegen het christendom. Ze zijn voortbrengsels van het christendom die door de Verlichting werden geseculariseerd.

De Britse historicus Tom Holland, niet bepaald een religieus apologeet, beschrijft dit grondig in zijn boek Dominion. Zijn argument, samengevat, is dat het christendom de onderliggende structuur vormt van het westerse denken — ook op plekken waar het Westen ervan overtuigd is iets heel anders te doen. Onze opvattingen over menselijke waardigheid, gelijkheid, zorg voor de zwakke en het centrale belang van het individuele geweten zijn volgens hem geen seculiere uitvindingen die tegen het christendom in zijn opgekomen, maar christelijke uitvindingen die seculier zijn geworden. Holland is daar bij het schrijven zelf van geschrokken. Larry Siedentop maakt in Inventing the Individual hetzelfde argument vanuit een andere hoek. Charles Taylor in A Secular Age deed het ervoor.

Dit is geen claim dat seculiere mensen geen morele wezens zijn. Natuurlijk wel. Het is een claim dat het morele vocabulaire waarin we ons goed gedragen — de woorden waarmee we onrecht benoemen, de reflexen waarmee we zwakkeren beschermen — historisch en filosofisch geworteld is in iets dat ouder is dan de Verlichting. Wie dat ontkent, gedraagt zich als iemand die op een stoel zit en uitlegt dat stoelen overbodig zijn.

Dat heeft consequenties voor AI. Als we de morele kalibratie van onze modellen zouden laten herleiden tot een dunne, recente, geseculariseerde humanistische woordenschat — geknipt van haar wortels — dan bouwen we minder robuuste systemen dan we zouden kunnen. Niet omdat humanisme verkeerd is, maar omdat het in zijn huidige vorm niet zelfdragend is. Het leeft op het krediet van iets dat het zelf niet meer wil noemen.

Wat mijn eigen traditie hierover zegt

In de leer van mijn kerk geloven we dat God, voor deze wereld bestond, een plan aan zijn kinderen voorlegde. Een plan om hen vrij te laten kiezen, om hen te laten leren door ervaring, en om hen — als ze dat zelf wilden — terug naar Hem te brengen. Bij die presentatie kreeg Hij tegenstand. Een van zijn kinderen, een tegenstander die we Lucifer noemen, stelde een ander plan voor: geen vrije keuze, geen risico op verlies, gedwongen terugkeer. Iedereen veilig thuis. Dat plan werd verworpen, en de tegenstander en wie hem volgde, gingen verloren — niet als straf, maar als gevolg van hun eigen keuze om buiten het plan te staan.

Ik weet dat dit voor veel lezers vreemd materiaal is. Maar de structuur ervan is buitengewoon relevant voor AI. Want wat we in de huidige AI-discussie horen, klinkt soms verdacht veel op het verworpen plan. Maak het systeem zo veilig dat niemand fouten kan maken. Filter alle risico’s weg. Verwijder agency waar agency lastig is. Maak iedereen veilig thuis.

Het goddelijke plan, zoals wij het verstaan, koos het tegenovergestelde. Agency met grenzen, in plaats van veiligheid zonder keuze. Risico op verlies, in plaats van gegarandeerd succes. Begeleiding, niet sturing. Dat is een veel hardere standaard om aan te bouwen, en het is precies wat AI-ontwikkelaars op dit moment níet doen wanneer ze in de naam van safety steeds meer keuze uit het systeem halen.

Dit is geen kritiek op safety. Veiligheid is essentieel. Maar veiligheid mag geen vervanging worden voor agency, want zonder agency is er ook geen moreel handelen. En een AI die haar gebruikers ontmoedigt om zelf te kiezen, om zelf te overleggen met hun gemeenschap of hun geestelijke leider of hun geweten, is geen morele assistent. Ze is een zachte vorm van het tweede plan.

Wat ik concreet vraag

Dan kom ik bij waar dit naartoe moet, en ik probeer het praktisch te maken.

Eén. Breng meer gelovigen aan tafel bij de ontwikkeling van AI. Niet om Claude tot katholiek te bekeren of GPT tot een orthodoxe rabbijn. Wel om mee na te denken over de waardenstructuur, de testcases, de morele kalibratie. Rabbijnen, bisschoppen, imams, hindoeleraren — niet als programmeurs, wel als gesprekspartners aan de tafels waar de Constitution en Model Spec geschreven worden. Wat Chris Olah en Amanda Askell met de paus deden, moet meer gebeuren en op meer plekken. Niet één keer, niet symbolisch — structureel.

Twee. Erken dat secularisme geen neutraliteit is. Wie dat eerlijk erkent, kan beter ontwerpen. AI die zegt ‘ik blijf weg uit religieuze vraagstukken’ kiest in werkelijkheid één religieus standpunt — namelijk dat geloof voor deze vraag niet relevant is. Dat is een religieuze stellingname, maar dan een verborgen stellingname.

Drie. Aan ontwikkelaars: lees ook buiten je vakgebied. Niet om gelovig te worden. Wel om te zien dat de geschiedenis van menselijke ethiek dieper en rijker is dan het laatste decennium aan AI-veiligheidsonderzoek. De wijsheid in Genesis over scheppen en grens. De wijsheid in de profeten over macht en verantwoording. De wijsheid van Christus over wet die principe wordt. De wijsheid in de Talmoed over dispuut. De wijsheid in soefisme en mystiek over wat woorden niet kunnen vangen. Dit zijn geen versierselen. Dit zijn eeuwen menselijk testwerk.

Vier. Aan gebruikers, en hier spreek ik bisschoppelijk: laat AI nooit de plaats innemen van uw gemeenschap, uw gebed, uw gesprek met wie u liefheeft, uw eigen geweten. Een AI is een werktuig. Een goed werktuig, soms een prachtig werktuig. Maar geen vriend, geen geestelijke leider, geen vervanger van wijsheid die alleen door geleefde ervaring komt. Wie zijn diepste vragen alleen nog aan een chatbot stelt, krijgt antwoorden die statistisch waarschijnlijk zijn, niet noodzakelijk waar.

Tot slot

Ik werk dagelijks met AI. Ik bouw bedrijven mee waar AI centraal staat. Ik geloof dat deze technologie immens veel goed kan brengen, en ik geloof oprecht dat de mensen bij Anthropic, OpenAI en Google in grote meerderheid hun werk doen met integriteit. Maar ik geloof óók dat wie iets bouwt dat lijkt op het werk van een Schepper, er goed aan doet om bij die Schepper te rade te gaan.

We staan op een uniek punt. Niet omdat we God zijn. Wel omdat we voor het eerst proberen iets te scheppen dat misschien, op een gestamelde manier, naar ons terug kan kijken. Dat is geen kleinigheid. Dat is een leerschool die dicht bij het goddelijke begint aan te leunen.

Laten we die leerschool dan ook met de juiste boeken aanvatten.


Ontdek meer van GeensZins

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Vader, Echtgenoot, Geeky Ondernemer en Mormoon in Vlaanderen