In mijn professionele leven bij DMVH bouwen we software. Als ik vandaag een platform zou opleveren en tegen de klant zou zeggen: “Ziezo, dit is het. Dit is de broncode, hier veranderen we de komende 200 jaar niets meer aan”, dan zou ik mezelf uit de markt prijzen.
De wereld verandert. Technologie evolueert. Wat vandaag ‘state of the art’ is, is morgen verouderd. Goede software is nooit statisch; het is een levend ecosysteem dat voortdurend nieuwe functionaliteiten en updates krijgt om relevant en krachtig te blijven.
Vreemd genoeg verwachten we van religie vaak het tegenovergestelde.
De meeste mensen zien religie als een oud, in steen gebeiteld wetboek. Een statisch bouwwerk dat eeuwen geleden is afgerond. “Het staat geschreven”, en daarmee is de discussie gesloten. Als er dan iets verandert in onze maatschappij of in onze wetenschappelijke kennis, ontstaat er wrijving. Mensen krijgen het gevoel dat ze moeten kiezen: ofwel ik negeer de moderne wereld, ofwel ik verwerp mijn geloof.
Ik ben dankbaar dat ik die keuze niet hoef te maken.
Een open canon
De kern van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is het radicale idee van voortdurende openbaring. Wij geloven niet dat God ergens in de eerste eeuw is gestopt met communiceren. Wij geloven in een God die vandaag spreekt, net zoals Hij dat vroeger deed.
Wij noemen dit een ‘open canon’. De bijbel is fundamenteel en prachtig, maar niet het laatste woord.
Voor mij als IT-ondernemer is dit de enige logische benadering. Waarom zou een God, die de onmetelijke complexiteit van het universum heeft ontworpen, ons achterlaten met enkel een handleiding uit de oudheid om de complexe uitdagingen van de 21e eeuw aan te pakken?
Geen reparatie, maar evolutie
Dit principe, dat wij de ‘voortdurende herstelling’ noemen, betekent dat de kerk ook niet statisch is. Beleid wordt aangepast, organisaties worden efficiënter gemaakt en ons begrip van doctrines verdiept zich.
Critici zien verandering soms als zwakte: “Zie je wel, het was vroeger dus niet compleet.”
Ik zie het juist als een kracht, vergelijkbaar met een goede ‘product roadmap’. We werken iteratief. In onze theologie heet dat ‘regel op regel, voorschrift op voorschrift’. God dumpt niet de hele database van goddelijke kennis in één keer over ons uit, want dat zou onze menselijke ‘bandbreedte’ te boven gaan. Hij geeft ons wat we op dat moment aankunnen en nodig hebben om de volgende stap te zetten.
Het is geen kwestie van repareren wat kapot was, maar van evolueren naar een hoger niveau. Het toont aan dat de hemel nog steeds actief in verbinding staat met de aarde.
Ruimte voor voortschrijdend inzicht
Dit concept is ontzettend bevrijdend voor iemand die rationeel in het leven staat. Het betekent dat mijn geloof niet bang hoeft te zijn voor wetenschap of nieuwe inzichten. Als we iets nieuws leren over de kosmos, de psyche van de mens of de geschiedenis, hoeft dat mijn geloof niet omver te werpen.
Mijn theologie heeft ruimte voor nieuwe waarheid, waar die ook vandaan komt. Onze 9e geloofsartikel zegt het prachtig: ‘Wij geloven alles wat God heeft geopenbaard, alles wat Hij nu openbaart, en wij geloven dat Hij nog vele grote en belangrijke dingen (…) zal openbaren.’
Die zin ‘nog vele grote dingen’ houdt me nieuwsgierig. Het betekent dat het beste nog moet komen.
De menselijke factor: waarom het nooit ‘af’ kán zijn
Er is nog een diepere, persoonlijkere reden waarom ik geloof dat de kerk nooit ‘af’ is. Dat heeft niets te maken met beleid, maar alles met de mensen die erin zitten – te beginnen bij mezelf.
Als ik heel eerlijk in de spiegel kijk, zie ik iemand die verre van ‘af’ is. Ik heb tekortkomingen, ik maak fouten, ik ben incompleet. Dat is de menselijke conditie. In mijn vaktaal zou je kunnen zeggen: we draaien allemaal op een besturingssysteem dat fundamenteel corrupt is geraakt. We kunnen onszelf niet volledig ‘debuggen’.
Daar hebben we een externe kracht voor nodig. Een Redder. Christus.
Het idee dat de kerk een kant-en-klaar product zou zijn, suggereert dat de leden ervan kant-en-klare mensen zijn. Niets is minder waar. De kerk is geen museum voor perfecte heiligen, maar een werkplaats voor mensen die nog volop in constructie zijn.
Zolang wij als mensen nog niet volmaakt zijn – en dat gaat nog wel even duren – zal de organisatie die ons moet helpen, ook moeten blijven bewegen, leren en zich aanpassen. De kerk is immers niet het doel op zich; het is het voertuig dat ons, met al onze bagage en onvolkomenheden, bij Christus moet brengen. En dat voertuig moet geschikt blijven voor de steeds veranderende weg waarop wij ons bevinden.
Een fundament voor oneindige groei
Wat heeft een zoeker hieraan? Het biedt een perspectief waarin stilstand achteruitgang is.
In plaats van mijn geloof te zien als een starre set regels, zie ik het als een robuust besturingssysteem dat ontworpen is voor oneindige schaalbaarheid. De kerncode – de liefde van God en de verzoening van Christus – is stabiel en volmaakt. Maar de applicaties die we daarop draaien, ons begrip en onze toepassing ervan, worden voortdurend geüpdatet en uitgebreid.
Als God nog steeds spreekt, betekent dit dat we nooit ‘klaar’ zijn met leren. We hoeven niet bang te zijn voor de toekomst; we kunnen die juist omarmen met nieuwe ‘features’ die ons begrip van Zijn schepping vergroten.
Ik hoef vandaag niet alle antwoorden te hebben om toch stevig te staan. Ik weet dat er meer licht en kennis onderweg is. En dat maakt geloven niet tot een conservatieve verplichting, maar tot een dynamisch avontuur.
Ontdek meer van GeensZins
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


