Vader, Echtgenoot, Geeky Ondernemer en Mormoon in Vlaanderen

Ik bid zoals ik winkel

I

Als ik een broek nodig heb, weet ik precies wat ik doe.

Ik rij naar de winkel. Ik parkeer zo dicht mogelijk bij de ingang — niet omdat ik lui ben, maar omdat elke stap die ik niet moet zetten er één is die ik bespaar. Ik loop naar het rek, check mijn maat, betaal en vertrek. Geen omwegen. Geen vergelijkend winkelen. Geen drie winkels verder om te kijken of er ergens iets beters hangt. Klaar.

Wie mij kent, herkent dit meteen. Mijn vrouw zeker.

Want winkelen met haar ziet er totaal anders uit. Dan lopen we langs etalages, gaan we winkels binnen zonder concreet plan, worden er broeken vastgenomen zonder dat ze worden gepast, worden ze terugehangen, worden andere meegenomen naar het pashok, en uiteindelijk — soms uren later — is er de conclusie: ‘Dit is het.’ Of niet. En dan beginnen we opnieuw.

Dat is ook winkelen. Ander type, maar even geldig.

Ik vertel dit niet om mijn vrouw te plagen. Ik vertel dit omdat ik op een dag besefte dat deze twee manieren van winkelen ook twee manieren van leven zijn. En dat mijn directheid — die soms bot kan lijken, die soms ongeduldig overkomt — eigenlijk ook zit in hoe ik met Hemelse Vader omga. In hoe ik bid.

De directe lijn

Ik luister graag naar mensen die prachtig kunnen bidden.

Mensen die woorden vinden voor wat ik nooit zo mooi zou zeggen. Die aan alles tegelijk denken — aan de zieken, de gezonden, de gemeenschap, de wereld, de context van het gebed, de juiste manier om God aan te spreken. Die een gebed kunnen zeggen dat voelt als een gedicht, als een gesprek én als een belijdenis tegelijk. Ik bewonder dat oprecht. Ik voel me erdoor opgebouwd als ik zulke gebeden mag meemaken.

Maar mijn gebeden zijn anders.

Als er iets in mij opkomt — een beslissing, een onzekerheid, een vraag, een ongerustheid over iemand — dan stel ik die gewoon aan Hemelse Vader. Zonder uitgebreide formele inleiding. Zonder uitgebreide opsmuk. Direct, to the point, zoals ik het aan een wijze vriend zou vragen. Een vriend die ik vertrouw. Een vriend die al weet wat er in mijn hart leeft, maar die het ook fijn vindt om het van mij te horen.

Dat zijn tientallen korte gebeden per dag. Een flits van contact. Een bewuste keuze om Hem erbij te betrekken in wat ik op dat moment beleef.

Sommige mensen zullen daar misschien van opkijken. Is dat wel genoeg? Is dat wel respectvol genoeg? Is zo’n vluchtig gebed wel een ‘echt’ gebed?

Ik hecht er niet minder waarde aan. Integendeel. Voor mij is het net een van de sterkste tekens dat ik, wat ik ook doe en waar ik ook ben, Hemelse Vader erbij wil betrekken. Dat ik hem laat merken dat ik aan Hem denk. Dat ik Hem uitnodig in mijn dag, in mijn gedachten, in de kleine momenten die niemand anders ziet. En als Hij het nodig vindt, dat Hij mag bijsturen. Ik vertrouw Hem genoeg om Hem die ruimte te geven.

Wat er gebeurt als je bidt — ook als je geen antwoord krijgt

Niet elk gebed wordt beantwoord. Dat weet ik.

Niet elk gebed brengt een duidelijke ingeving. Niet elke vraag die ik stel aan Hemelse Vader wordt gevolgd door een heldere wenk van de Heilige Geest die me zegt welke kant ik uit moet. Dat zou ik liegen als ik dat beweerde.

Maar ik heb iets geleerd.

Gewoon door even stil te staan bij het feit dat er een groter geheel is — iets buiten mijn eigen perspectief, iets dat ik niet volledig kan overzien — verandert er iets in mij. Het gebed verandert mij. Niet altijd het probleem, niet altijd de situatie, maar wel hoe ik ernaar kijk. Het zet me even buiten mezelf. Het herinnert me eraan dat mijn zienswijze niet de enige is. En in die kleine verschuiving zit vaak al meer wijsheid dan ik in eerste instantie had verwacht.

Jezus zelf was er duidelijk over. Hij vertelde de gelijkenis van de weduwe die bleef aankloppen — niet omdat God doof is, maar om te laten zien dat volharding in gebed iets doet met de bidder. ‘Opdat zij altijd zouden bidden en niet vermoeid worden.’ (Lucas 18:1). Maar je hoeft dat niet op mijn woord of op zijn woord te geloven. Experimenteer. Probeer het gewoon. Kijk wat er in jou verandert.

Dat experiment heeft mij overtuigd. Niet één keer, maar honderden keren. Door te bidden breng ik mijn gedachten dichter bij de leringen van Jezus Christus. Door te bidden stem ik mijn wil af op iets wat groter is dan mezelf. Niet omdat iemand mij daartoe dwingt. Maar omdat ik het kies. Elke keer opnieuw.

En dat is precies wat keuzevrijheid in dit verhaal betekent.

Keuzevrijheid opgeven? Nee, juist winnen.

Hier wil ik even bij stilstaan, want ik merk dat dit voor veel mensen een struikelblok is.

Er is een spanning die mensen voelen tussen keuzevrijheid enerzijds en de leiding van Hemelse Vader anderzijds. Alsof het één of het ander is. Alsof je, door te bidden en te vragen om leiding, een stuk van je autonomie inlevert. Alsof geloven betekent dat je je eigen oordeel uitschakelt en klakkeloos doet wat je wordt gezegd.

Maar dat klopt niet. En het is belangrijk om te begrijpen waarom.

Filosofen maken een onderscheid tussen twee soorten vrijheid. De negatieve vrijheid is de vrijheid van — vrijheid van opgelegde beperkingen, van regels, van externe druk. De positieve vrijheid is de vrijheid om — de vrijheid om wie je wilt te worden, om je potentieel te realiseren, om je diepste doelen te bereiken. Bidden is meestal een keuze voor positieve vrijheid in je leven.

Wie kiest om zijn wil in lijn te brengen met de wil van Hemelse Vader, geeft inderdaad soms iets op op korte termijn. Een keuze die makkelijker leek. Een pad dat verleidelijker was. Een antwoord dat ik liever had gehoord. Maar wat er in de plaats komt, is iets wat oneindig veel groter is: de vrijheid om terug te keren naar wie ik werkelijk ben. De vrijheid om het eeuwige leven mogelijk te maken dat Hemelse Vader voor mij in gedachten heeft.

Dat is geen verlies. Dat is een investering.

En als zakenman begrijp ik investeren. Je geeft nu iets op — tijd, kapitaal, energie — om op lange termijn iets te krijgen wat veel meer waard is. Zo werkt het ook hier. Je investeert nu in een relatie met Hemelse Vader, in een afstemming van je wil op die van Hem, in het vertrouwen dat Hij het grotere geheel kan overzien. En op lange termijn levert dat een rendement op dat geen enkele andere investering kan evenaren.

Het verbond dat we met Hem sluiten is geen beperking. Het is een bescherming. Een kompas. Een verzekering dat Hij weet wat het verlangen van ons hart is — en dat Hij daarnaar zal handelen.

Het avondgebed: de dag afsluiten zoals het hoort

Naast al die korte, directe gebeden overdag is mijn avondgebed iets heel anders. Van een andere orde.

Overdag bid ik snel en specifiek. ‘s Avonds neem ik de tijd.

Ik loop bewust terug over de dag. Wat is er gebeurd? Wat heb ik gezien? Wat heb ik gevoeld? Wie heb ik ontmoet? En een groot deel van die tijd gaat naar dankbaarheid. Niet de vanzelfsprekende dankbaarheid voor de grote dingen. Maar de dankbaarheid voor het evidente. Dat het mooi weer was. Dat ik veilig gereden heb. Dat het eten goed smaakte. Dat er iemand was die even glimlachte.

Dingen waarvan je denkt: dat is toch gewoon normaal?

Maar dat is nu precies de kern. Niets is gewoon normaal. Elk leven dat we hier mogen leiden, elke dag die we mogen beleven, is alleen mogelijk dankzij het heilsplan van onze Hemelse Vader. Elk uur dat ik hier mag rondlopen, elk gesprek dat ik mag voeren, elke ademhaling — dat is geen toeval. Dat is genade. Dankbaarheid voor het evidente is niet banaal. Het is misschien wel het meest lucide wat een mens kan doen: beseffen dat niets vanzelfsprekend is, en daarvoor expliciet dankbaar zijn.

De psalmist begreep dat. ‘Dit is de dag die de HEER heeft gemaakt, laten wij juichen en ons verheugen.’ (Psalm 118:24). Niet alleen de buitengewone dagen. Elke dag.

Maar het grootste deel van mijn avondgebed gaat niet over mezelf.

Bidden voor anderen: de wisselwerking die alles verandert

Als bischop draag ik mensen mee. Mensen die door moeilijke periodes gaan. Mensen die vragen hebben waarop ik het antwoord niet ken. Mensen die lijden op manieren die ik niet kan wegnemen. En ‘s avonds, wanneer ik terugdenk aan hen, worden ze een deel van mijn gebed.

Ik vraag Hemelse Vader — als vader — om ook aan hen te denken. Om hen richting te geven. Om bij hen te zijn.

Maar dan is er iets cruciaal in hoe ik dat vraag. Ik vraag hem niet gewoon: ‘Zorg voor hen.’ Dat voelt voor mij onvolledig. Mijn vraag is altijd: ‘Laat mij zien hoe ik hen kan helpen, zodat zij merken dat u aan hen denkt.’

Die formulering is niet toevallig. Want als ik aan iemand denk in mijn gebed, begin ik ook te zien wat ík kan doen. Het gebed opent mijn ogen voor mijn eigen verantwoordelijkheid. Ik ben niet alleen een toeschouwer die vraagt dat God ingrijpt. Ik ben een instrument. En het gebed maakt mij bewust van die rol.

Dit is iets wat ik diep geloof: Hemelse Vader beantwoordt vaak onze gebeden voor anderen via de handen en de harten van mensen die bereid zijn om te dienen. Als ik bid voor iemand en vervolgens besef dat ik zelf iets kan doen — een bezoek brengen, een bericht sturen, een gesprek aangaan — dan is dat geen toeval. Dan is dat een antwoord. Op mijn gebed. Via mij.

Zo sluit ik mijn dag af. Niet met een gevoel van hulpeloosheid, maar met een gevoel van betrokkenheid. Ik ben deel van iets groters.

Honderden gebeden, allemaal gehoord

Je zou je kunnen afvragen of Hemelse Vader zich niet ergert aan al dat gebid. Honderden korte vragen per dag, avond aan avond dezelfde mensen, dezelfde zorgen, soms dezelfde twijfels die terugkeren.

Maar ik geloof — en ik zeg dit met overtuiging — dat elk gebed gehoord wordt.

Niet altijd verhoord op de manier die wij willen. Niet altijd beantwoord in de timing die wij verwachten. Niet altijd met het resultaat dat wij voor ogen hadden. Maar gehoord? Altijd. De Schrift is er duidelijk over: ‘Bid zonder ophouden.’ (1 Thessalonicenzen 5:17). Dat is geen hyperbool. Dat is een uitnodiging om een constante lijn open te houden.

En die lijn loopt nooit naar een bezet nummer.

Wat ik ook heb geleerd — en dit is misschien wel het meest bevrijdende inzicht van allemaal — is dat we gebeden die niet verhoord zijn verkeerd tellen. We herinneren ons de pijn van een onbeantwoord gebed veel scherper dan de honderden gebeden die wél zijn beantwoord. Dat is menselijk. Maar het is scheef.

Kijk eens eerlijk terug op je leven. Tel de momenten waarop je iets vroeg en het er was. Waarop je een weg zocht en er één opdook. Waarop je troost nodig had en iemand belde. Waarop je twijfelde en er opeens een helderheid was die je niet zelf had verzonnen. Die momenten zijn er. Veel meer dan we beseffen. En die honderden beantwoorde gebeden zouden een veel sterkere getuigenis moeten zijn dan de vertwijfeling die toeslaat omdat één gebed niet het verwachte antwoord bracht.

Laat de gebeden die gewerkt hebben je anker zijn. Niet de uitzonderingen.

En als een gebed niet verhoord wordt zoals je hoopte — vertrouw dan op dit: het antwoord is er, maar de timing kan anders zijn. De vorm kan anders zijn. En soms is het antwoord dat Hemelse Vader iets bewaart voor later, iets wat je nu nog niet kunt dragen of begrijpen. Dat is geen onverschilligheid. Dat is een liefde die verder kijkt dan wij kunnen.

Elke stijl is geldig. Ook de jouwe.

Ik wil dit nog eens heel duidelijk zeggen, want ik wil niet dat je dit leest als een pleidooi voor mijn manier van bidden.

Mijn stijl is direct. Kort. Vaak. Soms bijna zakelijk. En dat werkt voor mij. Dat past bij wie ik ben.

Maar er zijn mensen die bidden met prachtige, uitgebreide woorden. Die een gebed kunnen omvormen tot iets wat voelt als poëzie. Die ritueel en stilte en herhaling nodig hebben om te kunnen verbinden. Die urenlang kunnen mediteren voor ze het gevoel hebben dat ze écht gebeden hebben.

Dat is ook goed. Dat is ook geldig.

Er zijn mensen die bidden terwijl ze wandelen. Mensen die bidden in stilte, zonder woorden. Mensen die bidden met muziek. Mensen die bidden met tranen. Mensen die stammelen en hakkelen en uiteindelijk alleen maar zeggen: ‘Ik weet niet wat ik moet zeggen, maar ik ben hier.’

Ook dat is een gebed. En ook dat wordt gehoord.

Richt je gebed niet op hoe anderen het doen. Richt het op hoe je hart het je ingeeft. Dat is het beste advies dat ik je kan geven.

Begin gewoon

Als je niet vertrouwd bent met bidden — als het onwennig voelt, als je niet weet hoe te beginnen, als je je afvraagt of iemand überhaupt luistert — dan heb ik één concreet voorstel.

Doe het gewoon als experiment.

Niet als verplichting. Niet als religieuze oefening waarover je je druk moet maken. Maar als een eerlijk experiment. Probeer het een tijdje — een week, een maand — en kijk wat er verandert. In het slechtste geval heb je wat tijd besteed aan stilte en bezinning. En dat is al niet niks in een wereld die nooit stopt met lawaai maken.

Maar ik vermoed dat er meer zal veranderen.

Want bidden is niet zomaar woorden in de lucht gooien. Bidden is een keuze om je leven te openen voor iets groters dan jezelf. Om toe te geven dat je niet alles weet en niet alles kunt. Om te zeggen: ‘Ik ben hier, en ik geloof dat u er ook bent.’ En in die keuze, in die kleine stap van vertrouwen, begint er iets te groeien.

Het gaat niet altijd vlot van de eerste keer. Net zoals elke vaardigheid vraagt bidden om oefening. Je zal momenten hebben waarop het voelt als praten tegen de muur. Waarop je afleidingen niet kunt stoppen. Waarop je gedachten alle kanten opgaan. Dat is normaal. Laat je daardoor niet ontmoedigen. Blijf oefenen. Blijf proberen.

En kijk op termijn eerlijk terug op je leven. Herken de momenten waarop je geleid werd. Bouw je getuigenis op, steen voor steen, gebed voor gebed. Niet op andermans ervaringen, maar op de jouwe.

Dat is een fundament dat niemand je kan afnemen.


Hoe ziet jouw gebed eruit? Direct en kort, uitgebreid en meditief, of ergens tussenin? Ik lees het graag in de reacties. En als je er nog niet mee vertrouwd bent — laat me dan weten hoe het experiment gaat.


Ontdek meer van GeensZins

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Vader, Echtgenoot, Geeky Ondernemer en Mormoon in Vlaanderen