Gisteren vroeg een goede vriend hoe het met me ging. Niet het beleefdheidsvraagje waar je ‘goed, met u?’ op terugkaatst, maar een echte vraag. En ik was blij dat hij hem stelde, want thuis gaat het momenteel wat moeilijker. Mijn oudste zoon Laurens heeft autisme, en op dit moment heb ik het niet makkelijk om zijn gedrag te begrijpen. Er zijn momenten dat de emotionele spanning hem geen blijf meer weet, dat hij enorm star gedrag vertoont en dat ik niet meer weet wat ik moet doen. Elke sturing lijkt dan onmogelijk, en ik voel me op zo’n moment gewoon een falende vader.
Mijn hart luchtte toen ik het kon vertellen. Een vriend met een luisterend oor is op zo’n moment een echte zegen. Maar hij stelde ook een goede vraag, een vraag die ik wel vaker krijg. Heb je soms ook van die dagen dat je denkt: waaraan heb ik dit nu verdiend?
Zulke dagen horen erbij
Ik mag bisschop zijn. Ik heb een roeping in de kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. En toch, of misschien wel juist daardoor, zijn er dagen waarop ik denk: moet dit nu echt? Kan het wat minder? Er zijn momenten waarop het me te moeilijk valt, waarop ik in gebed, soms zelfs in een kreet, zeg: alsjeblieft, ik kan het even niet meer. Waaraan heb ik dit verdiend? Moet dit nu?
Ik denk dat we die dagen allemaal hebben, en dat dat niet abnormaal is. Sterker nog, ik denk dat het net hoort bij wat het heilsplan ons leert. We zijn hier om te leren. We zijn hier om te groeien. En dat kan niet zonder de nodige tegenslag.
Het is niet zo dat onze Hemelse Vader van alles op ons pad strooit met de gedachte: laten we het maar eens moeilijk maken. Nee, daar geloof ik niet in. Zijn doel is dat we het einde halen, en hij is er om ons te helpen. Maar hij zal de tegenslagen niet zomaar wegnemen, want hij weet dat we ze nodig hebben om te groeien.
In 1 Korinthiërs 10:13 lezen we dat God ons niet meer laat verzocht worden dan we kunnen dragen, maar dat hij met de verzoeking ook de uitkomst geeft, zodat we ertegen bestand zijn. Dat vind ik een van de meest geruststellende beloftes uit de Schrift. Niet omdat ze de last wegneemt, maar omdat ze zegt dat er altijd een weg is om ze te dragen.
Maar dat voelt niet altijd zo
Ik wil hier wel eerlijk in zijn. Deze belofte lezen is één ding. Ze voelen op het moment zelf is iets helemaal anders. Er zijn momenten dat tegenslag je niet doet groeien, maar je gewoon hard neerslaat en pijn doet. Dat je niet voelt dat er ‘een kans op groei’ in zit, maar enkel duisternis. Ik denk dat we dat nooit mogen onderschatten. Ons geloof wordt net op zulke momenten op de proef gesteld, niet wanneer alles vlot loopt.
Bij mij gaat die twijfel trouwens niet zozeer over of ik nog geloof. Dat fundament staat. Het gaat meer over de vraag waarom dit nodig is. Ik doe zo mijn best als vader. Ik zoek naar oplossingen, en soms vind ik ze niet. Ik voel me falen. En dan komt die vraag weer naar boven, dezelfde die ik in het begin stelde: waaraan heb ik dit verdiend? Waarom moet ik net dit meemaken, terwijl ik toch mijn uiterste best doe?
Dat is geen vraag die ik makkelijk kan wegwuiven met ‘het is voor je eigen groei’. Op het moment zelf voelt dat antwoord vaak te klein voor de pijn die het moet verklaren. Wat me dan overeind houdt, zijn niet grote inzichten, maar vaste gewoontes. De gewoonte om te bidden. Om mijn hart uit te storten, ook als ik niet meteen weet wat ik moet zeggen, en zeker niet waaróm. Dat ritueel brengt me telkens weer een klein beetje terug op het spoor. Het neemt de vraag niet weg. Maar het geeft me net genoeg kracht om vol te houden, ook zonder dat ik het antwoord al ken.
En ik ben ervan overtuigd dat net dat het verschil kan maken. Niet tussen wel of geen tegenslag, die komt er sowieso. Wel tussen eronder doorgaan of het net nog haalbaar houden.
Wat ik nu bid voor Laurens
Dat doe ik nu ook met Laurens. Op het moment zelf, wanneer hij vastloopt en ik met hem vastloop, weet ik vaak niet wat ik moet zeggen. Het voelt radeloos, en ik voel me falen. Maar achteraf, in gebed, is het veel meer in de zin van: Hemelse Vader, geef me de inzichten om hem beter te begrijpen. Geef me de inzichten om er beter mee om te kunnen gaan. Want dat heb ik nodig om een beter mens te worden.
Het heilsplan leert ons dat groei een doel dient. Dat we ooit terugkeren bij onze Hemelse Vader, en dat we daar leiding op ons nemen in het hemels koninkrijk. Of zoals wij het zeggen: we zijn gezegend om koning en priester te worden, niet om enkel volgeling te zijn.
Maar wie die taken op hemels niveau wil vervullen, moet heel veel geleerd hebben en met heel veel dingen kunnen omgaan. Daarom kan ik beter om met tegenslag, ook al neemt dat niet weg dat het soms gewoon te moeilijk lijkt. Dat is de kracht die ik vind in mijn geloof. In het weten hoe Hemelse Vader er is om te helpen.
Een God van insluiting
Ik weet dat Hemelse Vader een God is van insluiting, niet van uitsluiting. Hij zal al het mogelijke doen om ons erbij te houden.
Als je weet dat hij niet op de loer ligt om je op fouten te betrappen, maar om de hoek staat om je op te vangen, dan geeft dat een enorme kracht. Een bovennatuurlijke kracht.
Als mensen me vragen hoe geloof in de hedendaagse maatschappij nog kan helpen, dan is dit voor mij het antwoord. We moeten het niet verder gaan zoeken dan dit.
Een klein wonder deze week
En deze week voelde ik dat opnieuw, op een manier die me zelf verraste. Ik zat vast. De spanning rond Laurens had me geblokkeerd, en ik zag geen uitweg meer. Ik bleef eigenlijk ter plaatse trappelen. En toen was het net dat gesprek met mijn goede vriend dat de oplossing bracht. Niet omdat hij het probleem oploste, maar omdat ik mijn hart kon luchten.
En wat me nog meer trof: net op dat moment, terwijl ik zelf in de put zat, kon ik dienen. Als bisschop actief zijn, iemand anders helpen. En daardoor werd mijn eigen miserie even aan de kant geparkeerd. Dat wegnemen van de spanning, door te dienen en door dat gesprek, gaf me de kracht om er weer anders naar te kijken. Om opnieuw op zoek te gaan naar manieren om met Laurens om te gaan.
Ik denk dat de oplossing niet altijd een plotse ingreep is, iets dat zomaar uit de lucht komt vallen. Heel vaak zit ze in kleine dingen. Hemelse Vader weet heel goed wat we nodig hebben. Maar we moeten er wel voor openstaan. Zelfs, of net, wanneer we in een put zitten, moeten we durven herkennen dat er dingen in ons leven gebeuren die ons echt helpen. En als we dat zien, moeten we ze met beide handen aangrijpen.
Ik hoop dat iedereen die het moeilijk heeft, ergens toch die liefde van God kan voelen. Soms komt die in de vorm van een vriend die vraagt: hoe gaat het met je? En ik hoop dat ik zelf vaak die mens kan zijn, de engel die God stuurt als antwoord op de gebeden van iemand die die dag ook denkt: moet dit nu?
Ontdek meer van GeensZins
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.






Beste David, wat een heerlijk stukje herkenning waar u over schrijft. Mijn zoon is verslaafd dus ook daar de nodige uitdagingen voor mij.
Ook wel vragen, een heilsplan? Nooit van gehoord, ook niet dat we koning of priester gaan worden, liever niet eigenlijk.
Ik had de mooie poppetjes van Jezus gekregen en deze stukjes zijn een bonus! Bedankt!
Annemieke
Beste Annemieke,
Bedankt voor je bericht, dat helpt mij ook om te weten dat anderen wat steun vinden in wat ik schrijf.
Dankjewel voor je vragen. Het zijn heel goede vragen en ik probeer ze hier bondig te beantwoorden, maar eigenlijk verdienen ze een veel uitgebreidere uitleg dan hier mogelijk is.
Het heilsplan is het alomvattende antwoord op de grote levensvragen: waar komen we vandaan, wat doen we hier en waar gaan we naartoe? Wij als leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen hebben geopenbaard gekregen dat we werkelijk kinderen zijn van hemelse ouders, en dat onze hemelse Vader op een gegeven moment een plan heeft voorgesteld om ons verder te laten groeien en te leren. Het uiteindelijke doel is dat we bij Hem kunnen terugkeren, maar dan verrijkt door alles wat we hebben geleerd. Om ons in volledige vrijheid zelfstandig te laten leren, heeft Hij de aarde voor ons gecreëerd en ons het leven als mens geschonken.
Het heilsplan houdt dus in dat we weten waarom we hier zijn: om te leren en te groeien, met de bedoeling daarna terug te keren naar onze hemelse ouders en ook daar verder te blijven groeien. Zoals sommigen het kort samenvatten: wij groeien door om uiteindelijk zelf als God te worden. Of we daarmee ooit een goddelijke status bereiken, is nog niet volledig geopenbaard, maar als kinderen van God dragen we wel het potentieel in ons om op die manier door te groeien.
Dit geeft natuurlijk een bijzondere betekenis aan waarom we hier zijn en aan het belang van het evangelie van Christus. Het betekent namelijk dat onze hemelse ouders ons liefhebben en de geboden niet hebben gegeven om ons te laten struikelen of uit te sluiten. Integendeel, alles wat Hij doet is erop gericht om het mogelijk te maken dat we allemaal bij Hem terugkeren. Ook het lijden en de dood van Christus dienen dit doel: omdat wij zonde begaan, heeft Christus, die zelf zonder zonde was, voor ons de losprijs betaald, waardoor volledig voldaan is aan de rechtvaardigheid van de hemelse Vader en wij toch vergiffenis kunnen ontvangen.
Alles binnen het evangelie heeft dan ook maar één doel: dat wij onsterfelijk kunnen worden en kunnen blijven doorgroeien. De verwijzing naar koning en priester slaat daarop: wij geloven dat de heiligen der laatste dagen, wanneer ze hun best doen, de kans krijgen om een verheven plaats in te nemen in het leven na de dood, aangeduid als koning en priester zijn in het koninkrijk van God.
Dit alles omvat natuurlijk veel meer nuance dan ik in deze korte samenvatting kan overbrengen. Maar als je meer wil weten, laat het gerust weten.
You never fail until you stop trying – Albert Einstein