Redelijk Gelovig: geloven in een seculiere wereld

Wanneer gelovigen bruggen bouwen, blijft het opvallend stil

W

Kort samengevat

Tijdens het G20 Interfaith Forum in Salt Lake City kwamen religieuze leiders, academici en beleidsmakers uit verschillende landen en geloofstradities samen om na te denken over vrede, verbondenheid en de rol van religie in onze samenleving. Ook mijn vriend Rik Torfs was erbij. Zulke ontmoetingen spreken mij bijzonder aan omdat ze tonen hoe mensen vanuit hun eigen overtuiging bruggen kunnen bouwen naar anderen. Toch krijgen deze initiatieven opvallend weinig aandacht in de Vlaamse pers, terwijl religieuze conflicten en ontsporingen doorgaans uitgebreid worden belicht. Dat vind ik jammer, want het verhaal van religie is zoveel rijker dan wat we meestal in de media te zien krijgen.

Wanneer religie en geweld samen in een krantenkop verschijnen, is de aandacht doorgaans verzekerd. Religieus extremisme, misbruik binnen geloofsgemeenschappen, fundamentalisme en conflicten tussen religieuze groepen zijn onderwerpen die terecht journalistieke belangstelling verdienen. Maar wanneer religieuze leiders van over de hele wereld samenkomen om te spreken over vrede, samenwerking en wederzijds begrip, blijft het opvallend stil. Dat is jammer, want wie religie uitsluitend leert kennen via haar ontsporingen, krijgt onvermijdelijk een onvolledig beeld van de plaats die geloof vandaag nog altijd inneemt in onze samenleving.

Van 15 tot 17 oktober vond in Salt Lake City, in de Amerikaanse staat Utah, het jaarlijkse G20 Interfaith Forum plaats. Onder het thema ‘Resilient Hope, Shared Future’ kwamen vertegenwoordigers van verschillende geloofstradities, academici, maatschappelijke organisaties en beleidsmakers samen om na te denken over de bijdrage die religieuze gemeenschappen kunnen leveren aan een wereld die steeds sterker gekenmerkt wordt door polarisatie en wantrouwen. De bijeenkomst vond plaats in een stad die voor mij een bijzondere betekenis heeft, aangezien Salt Lake City het wereldwijde centrum is van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, waarvan ik zelf lid ben en waarin ik als bisschop dien. De openingsbijeenkomst vond plaats in de historische Tabernakel op Temple Square, een plek waar geloof en gemeenschap al generaties lang een centrale plaats innemen.

Ook mijn vriend Rik Torfs was aanwezig, wat voor mij een bijkomende reden was om met belangstelling naar dit forum te kijken. Rik is iemand met wie ik graag van gedachten wissel, juist omdat hij een uitgesproken visie combineert met een oprechte belangstelling voor andere overtuigingen. Hij begrijpt als kerkjurist en academicus bovendien bijzonder goed dat religie niet zomaar een privéaangelegenheid is, maar ook een maatschappelijke dimensie heeft. Dat hij aan dergelijke internationale ontmoetingen deelneemt, hoeft dan ook niet te verbazen. Eerder dit najaar was hij in Brussel eveneens betrokken bij overleg over de versterking van de Europese dimensie van de interreligieuze dialoog.

Polarisatie begint waar verbondenheid verdwijnt

Een van de opvallendste gesprekken tijdens het forum bracht Martin Luther King III, gouverneur Spencer Cox van Utah en David Beasley, voormalig directeur van het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties, samen. Hun discussie ging over de toenemende polarisatie in onze samenleving, maar vooral over de vraag wat mensen zelf kunnen doen om die tegen te gaan. Volgens Cox ligt onder de politieke en maatschappelijke verdeeldheid een dieper probleem, namelijk dat steeds meer mensen het gevoel hebben nergens werkelijk bij te horen. We maken ons druk over politieke gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld, laten algoritmes bepalen waarover we verontwaardigd moeten zijn en voeren verhitte discussies met onbekenden op sociale media, terwijl we soms nauwelijks nog weten wie onze buren zijn.

Cox formuleerde daarbij een opmerkelijke waarschuwing, zeker voor iemand die zelf actief is in de politiek. Politici zijn het volgens hem niet waard dat mensen er hun vriendschappen of familiebanden voor opofferen. Hij riep zijn toehoorders dan ook op om hun persoonlijke relaties belangrijker te vinden dan politieke tegenstellingen. Die boodschap lijkt mij ook bijzonder relevant voor Vlaanderen, waar maatschappelijke discussies steeds vaker worden herleid tot een tegenstelling tussen kampen die elkaar nauwelijks nog willen begrijpen. We hebben de neiging om mensen te beoordelen op basis van één uitspraak, één standpunt of één overtuiging, waardoor de persoon achter de mening geleidelijk uit beeld verdwijnt. Nochtans veronderstelt een werkelijk pluralistische samenleving niet dat iedereen hetzelfde denkt, maar wel dat mensen met fundamenteel verschillende opvattingen bereid blijven om elkaar als volwaardige gesprekspartners te beschouwen.

Daar ligt volgens mij ook een belangrijke opdracht voor religieuze gemeenschappen. Geloof kan mensen met elkaar verbinden op een manier die verder gaat dan gedeelde politieke overtuigingen of maatschappelijke belangen. Religieuze gemeenschappen bieden niet alleen een levensbeschouwing, maar vaak ook een netwerk van menselijke relaties waarin mensen naar elkaar omkijken en verantwoordelijkheid voor elkaar opnemen. Uiteraard kunnen geloofsgemeenschappen zelf eveneens bijdragen aan verdeeldheid, zeker wanneer ze hun eigen gelijk belangrijker maken dan de menselijke waardigheid van anderen. Maar precies daarom vind ik initiatieven zoals het G20 Interfaith Forum zo waardevol, omdat ze religieuze verschillen niet ontkennen en tegelijk proberen te ontdekken hoe gelovigen gezamenlijk een positieve bijdrage aan de samenleving kunnen leveren.

Waarom ik zo van interreligieuze dialoog hou

Ik heb altijd bijzonder veel waardering gehad voor interfaith, of interreligieuze dialoog. Dat heeft niets te maken met een gebrek aan overtuiging over mijn eigen geloof, integendeel. Ik ben een overtuigd christen en mijn geloof in Jezus Christus bepaalt in belangrijke mate hoe ik naar het leven kijk, welke waarden ik belangrijk vind en hoe ik mijn verantwoordelijkheid tegenover anderen probeer op te nemen. Juist vanuit die overtuiging vind ik het vanzelfsprekend om belangstelling te tonen voor mensen die vanuit een andere religieuze of levensbeschouwelijke traditie naar dezelfde wereld kijken. Ik hoef mijn geloof niet te relativeren om respect te kunnen opbrengen voor een moslim, een jood, een hindoe of een boeddhist, net zomin als ik van hen verwacht dat ze hun eigen overtuigingen afzwakken om met mij in gesprek te kunnen gaan.

Volgens mij wordt interreligieuze dialoog soms verkeerd begrepen als een poging om de verschillen tussen godsdiensten zo klein mogelijk te maken, alsof we pas met elkaar kunnen samenwerken wanneer we het over alles eens zijn. Ik zie dat anders. Het christendom, de islam, het jodendom en andere religieuze tradities verschillen op wezenlijke punten van elkaar, en die verschillen verdwijnen niet door samen rond een tafel te gaan zitten. Dat hoeft ook helemaal niet, want de waarde van een ontmoeting ligt juist in de mogelijkheid om elkaar beter te begrijpen zonder de eigen identiteit te verliezen. Wie werkelijk overtuigd is van zijn geloof, zou volgens mij ook de intellectuele nieuwsgierigheid moeten kunnen opbrengen om te ontdekken waarom anderen tot andere conclusies komen.

Die houding beperkt zich voor mij overigens niet tot gesprekken tussen gelovigen. Ik vind ontmoetingen met atheïsten, agnosten en vrijzinnigen minstens even boeiend, omdat ook daar fundamentele vragen aan bod komen over zingeving, menselijke waardigheid, vrijheid en verantwoordelijkheid. We hoeven het niet eens te zijn over het bestaan van God om samen na te denken over hoe we een rechtvaardigere en menselijkere samenleving kunnen opbouwen. Misschien vraagt een dergelijke dialoog zelfs meer moed dan een gesprek met iemand uit de eigen geloofsgemeenschap, omdat je bereid moet zijn om je eigen overtuigingen niet alleen uit te leggen, maar ook kritisch te laten bevragen.

Wat mij daarbij bijzonder aanspreekt, is dat dergelijke ontmoetingen niet hoeven te eindigen bij wederzijds begrip. Ze kunnen ook de basis vormen voor concrete samenwerking. Wanneer mensen met verschillende overtuigingen ontdekken dat ze een gedeelde bezorgdheid hebben om armoede, eenzaamheid, onderwijs of sociale uitsluiting, kunnen ze samen handelen zonder eerst hun theologische verschillen te moeten oplossen. Voor mij is dat geen verwatering van het geloof, maar juist een van de mooiste uitingen ervan. Het christendom is voor mij immers een werkwoord, iets wat zichtbaar moet worden in de manier waarop we bouwen, helpen, tillen en dragen.

Samen eten als antwoord op verdeeldheid

Tijdens het forum vertelde David Beasley over zijn initiatief ‘Breaking Bread Together’, waarmee hij mensen met verschillende achtergronden wil aanmoedigen om opnieuw samen aan tafel te gaan zitten. Het uitgangspunt is bijna ontwapenend eenvoudig: wie samen eet, krijgt de gelegenheid om elkaar als mens te leren kennen voordat politieke of religieuze verschillen het gesprek gaan beheersen. Beasley ziet daarin een manier om de toenemende maatschappelijke polarisatie tegen te gaan, omdat persoonlijke relaties vaak meer begrip kunnen creëren dan publieke debatten waarin deelnemers vooral proberen hun eigen standpunt te verdedigen.

Ik vind dat een bijzonder aantrekkelijk idee, juist omdat het zo weinig ingewikkeld hoeft te zijn. We zijn gewend geraakt aan een debatcultuur waarin een scherpe uitspraak meer aandacht krijgt dan een genuanceerd argument en waarin het toegeven van een geldig punt aan de ander soms als een nederlaag wordt beschouwd. Een gesprek aan tafel vertrekt vanuit een heel andere dynamiek, omdat de ontmoeting met de persoon minstens even belangrijk wordt als de inhoudelijke discussie. Wie iemand werkelijk leert kennen, ontdekt doorgaans dat een mens veel meer is dan zijn politieke voorkeur, zijn religieuze overtuiging of de mening die hij op sociale media verkondigt.

Dat betekent vanzelfsprekend niet dat alle tegenstellingen verdwijnen zodra mensen samen eten. Sommige meningsverschillen raken aan fundamentele waarden en verdienen een ernstig debat, waarbij wederzijds respect niet mag worden verward met de verplichting om alle standpunten even aanvaardbaar te vinden. Maar een samenleving waarin we alleen nog met gelijkgestemden willen spreken, verliest uiteindelijk het vermogen om conflicten op een vreedzame manier te hanteren. Daarom geloof ik dat zelfs kleine initiatieven die mensen met verschillende achtergronden samenbrengen, een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren aan de kwaliteit van ons samenleven.

Waarom krijgt dit zo weinig aandacht in Vlaanderen?

Wat mij bij dit soort internationale bijeenkomsten telkens opnieuw opvalt, is hoe beperkt de aandacht ervoor in de Vlaamse media doorgaans blijft. Wanneer religieuze leiders betrokken raken bij een schandaal, een politiek conflict of een controversiële uitspraak, verschijnen daar terecht berichten en analyses over. Maar wanneer vertegenwoordigers van verschillende geloofstradities samenkomen om te zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke problemen, lijkt de journalistieke belangstelling een stuk geringer. Daardoor ontstaat gemakkelijk de indruk dat religie vandaag vooral een bron van spanningen en problemen is, terwijl heel wat gelovigen en religieuze organisaties dagelijks bijdragen aan sociale cohesie, armoedebestrijding, onderwijs en gemeenschapsvorming.

Ik pleit absoluut niet voor een kritiekloze behandeling van religie in de pers. Als gelovige vind ik het integendeel belangrijk dat religieuze organisaties kritisch worden bevraagd, zeker wanneer er sprake is van machtsmisbruik, discriminatie of andere ontsporingen. Maar journalistieke aandacht zou volgens mij ook moeten worden bepaald door de maatschappelijke relevantie van wat mensen doen, en niet uitsluitend door de mate waarin gebeurtenissen conflict of controverse opleveren. Een internationale bijeenkomst waar religieuze leiders, academici en beleidsmakers nadenken over vrede en polarisatie lijkt mij vanuit dat perspectief minstens een interessant onderwerp voor een reportage, een interview of een verdiepend achtergrondartikel.

Daarbij gaat het niet alleen over initiatieven aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Ook in Europa bestaan er samenwerkingsverbanden waarin religieuze gemeenschappen zoeken naar manieren om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen. Dat Rik Torfs betrokken is bij gesprekken over de Europese dimensie van het G20 Interfaith Forum, toont bijvoorbeeld dat dit debat ook voor onze regio relevant is. Bovendien zou meer journalistieke belangstelling voor zulke ontmoetingen een gelegenheid kunnen zijn om kritische vragen te stellen over hun daadwerkelijke impact. Leveren ze concrete resultaten op, bereiken ze ook mensen buiten de kring van religieuze leiders en academici, en slagen ze erin om de mooie verklaringen over wederzijds begrip te vertalen naar tastbare initiatieven? Het zijn vragen die de moeite verdienen om onderzocht te worden.

Mijn bezwaar is dus niet dat de pers te kritisch zou zijn tegenover religie, maar dat het bredere verhaal over de maatschappelijke betekenis van geloof vaak onderbelicht blijft. Wie uitsluitend verslag uitbrengt van conflicten, mist ook de initiatieven waarmee mensen proberen die conflicten te overwinnen. En wie religie vooral bekijkt door de bril van haar problematische kanten, loopt het risico onvoldoende oog te hebben voor de constructieve rol die geloofsgemeenschappen in het dagelijks leven van miljoenen mensen spelen.

Hoop vraagt om mensen die iets doen

Wat mij uiteindelijk het meest aanspreekt in de boodschap van het G20 Interfaith Forum, is de overtuiging dat hoop geen passieve verwachting is, maar iets waaraan mensen actief moeten bijdragen. Martin Luther King III herinnerde de aanwezigen eraan dat niemand op zijn eentje de wereld kan veranderen, maar dat iedereen wel een verschil kan maken in zijn eigen straat, op school of binnen de eigen geloofsgemeenschap. Dat vind ik een belangrijke gedachte in een tijd waarin we voortdurend geconfronteerd worden met problemen die zo groot lijken dat individuele inspanningen nauwelijks nog betekenis hebben.

Als bisschop merk ik hoe belangrijk het voor mensen is om ergens bij te horen, om gezien te worden en om te weten dat er anderen zijn die naar hen omkijken. Dat verlangen naar verbondenheid is niet voorbehouden aan mensen met een bepaalde religieuze overtuiging, maar behoort volgens mij tot de meest fundamentele menselijke behoeften. Het is ook een van de redenen waarom ik geloof dat religieuze gemeenschappen vandaag nog altijd een waardevolle plaats kunnen innemen in onze samenleving, op voorwaarde dat ze niet uitsluitend met zichzelf bezig zijn, maar hun aandacht ook richten op de wereld rondom hen.

Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste les die ik uit dit forum meeneem. We hoeven onze overtuigingen niet op te geven om de hand te reiken aan mensen die anders denken, en we hoeven evenmin te doen alsof onze verschillen onbelangrijk zijn. Wat we wel kunnen doen, is erkennen dat onze gedeelde menselijkheid ons voldoende redenen geeft om elkaar te ontmoeten, naar elkaar te luisteren en waar mogelijk samen te werken. Voor mij is dat geen tegenstelling met mijn christelijk geloof, maar juist een logisch gevolg ervan.

Ik zou het dan ook bijzonder toejuichen mochten dergelijke initiatieven in onze media wat vaker de aandacht krijgen die ze verdienen. Niet omdat religie een voorkeursbehandeling nodig heeft, maar omdat een samenleving die voortdurend wordt geconfronteerd met verhalen over verdeeldheid, ook mag horen over mensen die proberen verbinding tot stand te brengen. Het zou ons beeld van religie een stuk vollediger maken en misschien zelfs anderen inspireren om op hun eigen manier hetzelfde te doen.


Ontdek meer van GeensZins

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

0 0 stemmen
Artikel waardering
Abonneer
Laat het weten als er

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
Redelijk Gelovig: geloven in een seculiere wereld