Kort samengevat
Steeds meer mensen voelen zich leeg of eenzaam, ondanks een leven vol sociale media en sociale drukte. Dat is geen toeval: als de lijn tussen mens en God verzwakt, moet de lijn naar de ander plots alle gewicht alleen dragen, en daaronder plooit ze. Een eeuwenoud inzicht uit Genesis en een simpele driehoek tonen waarom, en welk klein gebaar die balans deze week al kan herstellen.
Bijna elke week krijg ik een bericht van iemand die ik nog nooit heb ontmoet. Via Instagram, via de contactpagina van deze blog, soms via een mailtje dat via via bij mij is beland. Mensen die weten dat ik een kerkelijke verantwoordelijkheid draag, en die me dan iets toevertrouwen wat ze aan weinig mensen in hun omgeving durven zeggen. Waarom voel ik me zo leeg? Of de tweelingzus van die vraag: waarom voel ik me zo eenzaam?
Het zijn niet altijd dezelfde mensen. Studenten, jonge ouders, gepensioneerden, mensen met een druk sociaal leven en mensen die al maanden met niemand hebben gesproken buiten de kassierster. Wat ze gemeen hebben is dat lege gevoel zelf, en de verbazing dat het er is. Want ze hebben toch alles? Een gsm vol contacten, een agenda vol activiteiten, een feed vol foto’s van mensen die schijnbaar heel hun leven met elkaar delen. En toch, ergens midden in die drukte, voelt het alsof iemand het licht heeft uitgedaan.
Leegte heeft niet altijd één oorzaak. Soms spelen verdriet, uitputting, depressie, trauma, medicatie of lichamelijke problemen een rol. Dan verdient dat ook echte zorg en soms professionele hulp. Een geestelijk antwoord mag nooit een reden zijn om medische of psychologische hulp uit te stellen. Maar opvallend vaak hoor ik in die verhalen ook hetzelfde verlangen terug: het verlangen om opnieuw werkelijk verbonden te zijn, met zichzelf, met een ander en misschien ook met God.
Leegte in een hyperverbonden wereld
Ik denk dat het geen toeval is dat zoveel mensen vandaag met die vraag worstelen. We komen uit een periode waarin verbondenheid vaak vanzelfsprekender georganiseerd was. Je woonde in je dorp, je kende je buren, verenigingen brachten mensen bij elkaar en geloof was daar meestal nauw mee verweven.
Die vroegere wereld was zeker niet voor iedereen beter of veiliger. Dorpen konden verstikkend zijn. Gemeenschappen konden mensen uitsluiten die afweken van wat als normaal werd beschouwd. Ook religieuze gemeenschappen konden sociale druk, angst of schaamte veroorzaken. Maar die wereld bood wel structuren van ontmoeting die vandaag veel minder vanzelfsprekend zijn geworden.
Wat ervoor in de plaats kwam, is een hyperverbonden wereld waarin we paradoxaal genoeg steeds eenzamer worden. Oudere mensen zitten moederziel alleen in een appartement met een telefoon vol WhatsApp-groepen. Jongeren hebben honderden volgers en durven hun eigen mening niet hardop uit te spreken aan tafel. Mensen praten de hele dag met elkaar, maar hebben soms niemand aan wie ze werkelijk kunnen vertellen hoe het met hen gaat.
Dat is niet alleen een kwestie van individueel karakter. Het is ook een symptoom van iets dat we met zijn allen hebben laten wegglijden. We hebben meer communicatiemiddelen dan ooit, maar communicatie is nog geen verbondenheid. We zijn voortdurend zichtbaar, maar voelen ons daarom nog niet werkelijk gezien.
De driehoek van jezelf, de ander en God
Zelf denk ik daar vaak over na in termen van een driehoek. Niet omdat ik bijzonder van schema’s houd, maar omdat het me helpt te begrijpen waar het kan mislopen. In die driehoek is er een hoek die jijzelf bent, een hoek die de ander is en een hoek die God is. Drie lijnen verbinden ze met elkaar. Zolang die lijnen ongeveer even sterk zijn, blijft de vorm overeind.
Er is de verhouding tot jezelf. Kan je met jezelf leven wanneer het stil wordt? Weet je wie je bent wanneer je even niets presteert? Kan je mild kijken naar je eigen gebreken, verlangens en grenzen?
Er is de verhouding tot de ander. Zijn er mensen bij wie je niets hoeft te bewijzen? Mensen die niet alleen weten wat je doet, maar ook wie je bent? En durf jij zelf werkelijk aanwezig te zijn in het leven van iemand anders?
En dan is er de verhouding tot God. Niet alleen als overtuiging of idee, maar als de mogelijkheid dat je leven gedragen wordt door een liefde die niet afhankelijk is van je succes, je populariteit of het oordeel van andere mensen.
Het probleem van onze tijd is niet noodzakelijk dat die hele driehoek verdwenen is. Het probleem is dat sommige lijnen steeds dunner zijn geworden. In onze geseculariseerde samenleving is vooral de lijn tussen mens en God voor velen bijna onzichtbaar geworden. Daardoor komt steeds meer gewicht op de twee overblijvende lijnen terecht.
Het ik en de ander moeten dan samen iets dragen waarvoor ze nooit bedoeld waren. We verwachten dat we zelf ons leven volledig betekenis geven, en tegelijk hopen we dat andere mensen de leegte opvullen die we in onszelf ervaren. Maar geen mens kan zichzelf volledig dragen. En geen ander mens kan voor ons alles zijn.
Dat is trouwens geen nieuw inzicht. Het staat er al helemaal aan het begin van de Bijbel, nog voor er sprake is van zonde of van een gebroken wereld. ‘Het is niet goed dat de mens alleen zij’, staat er in Genesis 2:18. Niet als straf, niet als gevolg van iets verkeerds, maar als een vaststelling over wat een mens ten diepste is.
Eenzaamheid is dus niet in de eerste plaats een persoonlijk falen. Het is een breuk met iets dat in de blauwdruk van ons bestaan zit ingebakken. Wij zijn niet gemaakt om uitsluitend op onszelf terug te vallen. We zijn relationele wezens. We hebben anderen nodig, en volgens het evangelie hebben we ook God nodig.
God liefhebben en de ander liefhebben
In het evangelie worden die twee lijnen nooit los van elkaar aangeboden. Toen aan Christus gevraagd werd wat het belangrijkste gebod was, antwoordde hij niet met één gebod, maar met twee die aan elkaar vastzitten: ‘Heb God lief met heel je hart’ en ‘heb je naaste lief als jezelf’, zo klinkt het in Mattheüs 22:37-39.
Wie dat ontleedt, ziet precies de lijnen van de driehoek terug. God, de ander en jezelf staan niet los van elkaar.
De apostel Johannes trekt de conclusie nog scherper wanneer hij schrijft dat wie beweert God lief te hebben maar zijn broeder haat, zichzelf voor de gek houdt. Je kan dus niet zeggen: ik regel het wel met God, en ondertussen de ander links laten liggen.
Maar het omgekeerde geldt voor mij ook. Menselijke verbondenheid is kostbaar en noodzakelijk, maar ze wordt kwetsbaar wanneer ze al onze behoefte aan identiteit, troost en betekenis moet dragen.
Kan menselijke verbondenheid alleen volstaan?
Ik weet wat sommige lezers van deze blog nu denken. Moet dat er nu per se bij, die derde hoek? Zijn een goede sportclub, een hechte vriendengroep of een fijne buurt niet evengoed in staat om eenzaamheid te verlichten?
Het antwoord is, gedeeltelijk, ja.
Dat soort verbanden helpt echt. Mensen hebben concrete gemeenschappen nodig. Een buur die aanbelt, een vriend die luistert, een vereniging waar je wordt verwacht, een tafel waaraan plaats voor je is. Je mag de waarde daarvan nooit onderschatten.
Mijn ervaring — en ik zeg bewust ervaring en niet bewijs — is alleen dat menselijke relaties het zwaar krijgen zodra ze al onze behoefte aan betekenis moeten dragen. Geen partner, vriend, kind of gemeenschap kan op elk moment alles voor ons zijn.
Dat zie je in relaties die bezwijken onder de druk om elkaars enige bron van geluk te worden. Je ziet het in vriendschappen die breken omdat de verwachtingen steeds hoger worden opgeschroefd. Je ziet het in ouders die hun hele identiteit aan hun kinderen ontlenen, en in kinderen die moeten voldoen aan dromen die eigenlijk niet van hen zijn.
Voor mij is God daarom geen concurrent van menselijke verbondenheid, maar de grond waarop ze kan rusten. Hij neemt de plaats van de ander niet in. Hij bevrijdt de ander juist van de onmogelijke opdracht om mijn hele leegte te vullen.
Wanneer ik geloof dat mijn diepste waarde niet afhangt van de goedkeuring van een ander, kan ik die ander vrijer liefhebben. Dan hoef ik hem niet voortdurend te vragen mij te bevestigen, mij gelukkig te maken of mijn leven betekenis te geven. De derde hoek maakt de andere twee niet overbodig. Ze helpt juist om ze draaglijk te houden.
Geloof is geen vaccin
Toch wil ik hier niet oneerlijk over doen. Ook binnen mijn eigen geloofsgemeenschap kampen mensen met datzelfde lege gevoel, met eenzaamheid, burn-out en depressie.
Geloof is geen vaccin.
Ik ken de verleiding om te zeggen: kom bij ons, en al je problemen zijn opgelost. Zo simpel is het niet. Een kerk kan een plaats van diepe verbondenheid zijn, maar ook daar kunnen mensen zich ongezien voelen. Je kan elke zondag tussen anderen zitten en toch het gevoel hebben dat niemand werkelijk weet wat er in je omgaat.
Ook bidden zorgt er niet automatisch voor dat somberheid verdwijnt. Schriftteksten vervangen geen therapie. Een geestelijk gesprek maakt medische zorg niet overbodig. Wie leegte ervaart door depressie, trauma, rouw, uitputting of ziekte, heeft soms meer nodig dan goede bedoelingen en een uitnodiging om harder te geloven.
Wat ik wel durf te zeggen, is dat de richting die het evangelie aanwijst, klopt. Niet als quick fix, maar als een weg die je stap voor stap opnieuw leert leven in relatie. Met God, met andere mensen en ook met jezelf.
Een verwaarloosde lijn in een driehoek herstelt zich niet op één avond. Vertrouwen groeit langzaam. Verbondenheid vraagt herhaling. Soms begint herstel niet met een grote geestelijke ervaring, maar met het besef dat je niet langer alles alleen hoeft te dragen.
Welke lijn is bij jou het dunst geworden?
Dus als jij jezelf deze week leeg voelt, of eenzaam, wil ik je vragen om niet meteen naar nog een taak te grijpen, nog een prestatie of nog een avond vol afspraken om het gevoel te overstemmen.
Kijk liever eens naar je eigen driehoek. Welke lijn is bij jou het dunst geworden?
Misschien ben je het contact met jezelf kwijtgeraakt. Je weet nog wat iedereen van je verwacht, maar niet meer wat er in jou leeft.
Misschien is de lijn naar de ander versleten. Je spreekt veel mensen, maar je durft bij niemand te zeggen dat het niet goed met je gaat.
Misschien is de lijn naar God dun geworden. Niet omdat je bewust afscheid hebt genomen, maar omdat het lang geleden is dat je nog stil genoeg was om iets van Hem te verwachten.
Waag dan één klein gebaar om precies die lijn weer wat dikker te maken.
Stuur een bericht naar iemand die je al te lang niet gesproken hebt. Spreek een gebed uit, ook al voelt het onwennig. Maak een wandeling zonder koptelefoon en zonder telefoon in je hand. Wees een halfuur aanwezig voor iemand anders, zonder er zelf iets aan te willen overhouden.
Maar misschien moet je niet nog meer geven. Misschien heb je al veel te lang voor iedereen gezorgd. Dan kan het moedigste kleine gebaar zijn dat je iemand vertelt: ‘Het gaat niet goed met mij. Ik weet niet hoe ik dit alleen moet dragen.’
Vraag een vriend om langs te komen. Maak een afspraak met je huisarts. Zoek een therapeut. Stap een geloofsgemeenschap binnen, niet omdat je onmiddellijk iets moet bijdragen, maar omdat ook jij ontvangen mag worden.
Je hoeft niet eerst sterk genoeg te worden om verbondenheid te verdienen.
Ik lees alle reacties op deze blog, ook als ik niet altijd meteen kan antwoorden. En als die vraag, waarom voel ik me zo leeg, ook bij jou binnensluipt: weet dan dat je niet de eerste bent die ze mij stelt, en zeker niet de laatste zal zijn.
Ontdek meer van GeensZins
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

