Redelijk Gelovig: geloven in een seculiere wereld

Minder gelovigen, maar wel luider en bewuster

M

Kort samengevat

Keert Gen Z massaal terug naar de kerk? De cijfers tonen van niet, maar er is wél iets anders aan de hand. Er is geen sprake van een massa-revival, maar van een herinterpretatie: de groep gelovige jongeren is kleiner, maar beleeft het geloof veel bewuster, individueler en zichtbaarder in de maatschappij. Dat maakt geloof stap voor stap weer een normaal onderwerp in het publieke gesprek.

De voorbije maanden duikt in mijn feed steeds vaker hetzelfde verhaal op: Gen Z zou massaal terugkeren naar het geloof. Video’s, artikels, opiniestukken, allemaal met dezelfde ondertoon: na decennia van secularisering zou er nu een religieuze heropleving aan de gang zijn. Ik was benieuwd of dat klopt, en vooral: of het ook hier, in België en de rest van Europa, iets voorstelt. Het antwoord is genuanceerder dan de kranten en video’s laten uitschijnen, en net dat maakt het interessant.

Wat er in Amerika gebeurt

Het verhaal begint meestal in de Verenigde Staten. Pew Research toonde vorig jaar aan dat het percentage Amerikanen dat vindt dat religie aan invloed wint, in één jaar tijd is gestegen van 18% naar 31%, het hoogste cijfer in vijftien jaar. Tegelijk blijft een meerderheid, 68%, zeggen dat de maatschappelijke rol van religie afneemt, al was dat een jaar eerder nog 80%. Met andere woorden: de daling lijkt af te vlakken, maar van een echte omkeer is geen sprake.

Wat wel opvalt: religies die op papier klein zijn, kunnen online een veel groter podium krijgen dan hun ledenaantal doet vermoeden. Grote, oudere kerkgemeenschappen verliezen jongeren, maar wie blijft, is vaak juist heel actief en zichtbaar online. Een kleine, sterk betrokken groep jonge gelovigen kan zo een uitvergrote culturele voetafdruk achterlaten. Dat verklaart mee waarom het aanvoelt alsof er ‘iets’ gaande is, ook al bevestigen de harde cijfers geen brede opleving.

En bij ons?

Voor België en Vlaanderen is het beeld voorzichtiger. Het Jeugdonderzoeksplatform (JOP), dat om de vijf jaar jongeren in Antwerpen, Brussel en Gent bevraagt over religie, kwam begin dit jaar met een duidelijke conclusie: van een echte religieuze heropleving is bij ons geen sprake. De secularisering zet gewoon door. Jongeren die zichzelf gelovig noemen, hechten over het algemeen minder belang aan hun geloof dan vroeger en houden zich minder strikt aan de regels ervan.

Maar daarbinnen zit een boeiende tegenstelling. Binnen de kleinere groep die wél gelovig blijft, vooral katholieke en moslimjongeren, zien de onderzoekers een stijging in kerk- of moskeebezoek. Ze voelen ook meer sociale druk, van ouders of leeftijdsgenoten, om hun geloof zichtbaar te beleven. Minder mensen geloven dus, maar wie gelooft, doet dat actiever en luider.

Godsdienstsocioloog Wim Vandewiele (KU Leuven) vat het treffend samen: ‘We leven niet in een tijd van heropleving, maar van herinterpretatie.’ Jongeren nemen afstand van religie als vaste, opgelegde structuur en maken er meer een persoonlijke, vrije keuze van. Je zou het de individualisering van het geloof kunnen noemen: een ontwikkeling die naast de secularisering plaatsvindt, niet ertegenin. Religie verdwijnt niet, ze verandert van vorm: minder collectief en verplicht, meer individueel en bewust gekozen. En precies omdat die keuze bewuster is, wordt ze ook zichtbaarder: op sociale media, via ‘godfluencers’, getuigenissen, retraites, kloosterweken.

Elders in Europa zijn de signalen wisselend. In het Verenigd Koninkrijk is het duidelijkst: onderzoek van YouGov en de Bible Society laat zien dat 45% van de 18- tot 24-jarigen zegt in God te geloven, tegenover amper 16% in 2021, bijna een verdrievoudiging op vier jaar tijd. Frankrijk zag in 2025 een stijging van 45% in het aantal volwassen dopen, het hoogste cijfer in twintig jaar, al gaat dat over een relatief kleine groep bekeerlingen. Voor België of Vlaanderen bestaat zulk hard cijfermateriaal nog niet. Onderzoekers van de KU Leuven zeggen het zelf ronduit: de trendbreuk die in de VS of het VK zichtbaar is, is bij ons nog niet aangetoond.

Waarom ik toch denk dat er iets begint te veranderen

Cijfers vertellen niet het hele verhaal. Misschien beleven we niet zozeer de terugkeer van religie, maar wel de terugkeer van religie naar het publieke gesprek. Wat mij namelijk opvalt, en wat volgens mij onderbelicht blijft in dit debat, is dat geloof stilaan weer bespreekbaar wordt. Geloof lijkt met andere woorden opnieuw iets normaler te worden om openlijk over te spreken, los van de vraag of er ook daadwerkelijk meer mensen gaan geloven. Lang was het iets wat je in een hoekje wegstopte, iets waar je op zijn best voorzichtig over sprak. Dat verandert. Steeds meer mensen, ook jonge mensen, durven er openlijk voor uitkomen dat geloof een plaats heeft in hun leven, en maken daar geen geheim meer van. Ik herken dat patroon, van een kleinere maar zichtbaardere groep gelovigen, ook in mijn eigen omgeving, in de dagelijkse praktijk van mijn eigen geloofsgemeenschap.

Wat ik als bisschop zelf zie

Ik spreek hier ook vanuit mijn eigen ervaring als bisschop binnen de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Ik merk dat het voor onze kerk, net als voor andere geloofsgemeenschappen, steeds uitdagender wordt om jongeren te binden met de structuren van vroeger. Zij hebben nood aan iets anders. Maar anders betekent niet dat hun geloof minder doorleefd is: ze nemen het net zo ernstig en gaan er op hun eigen manier mee aan de slag. Onze jongeren hebben gewoon nood aan een andere manier van beleving, en dat is voor een kerk als de onze een echte uitdaging: enerzijds vasthouden aan wat werkelijk telt en aan tradities die belangrijk blijven, anderzijds een vorm vinden die voor iedereen werkt, ook voor deze generatie.

Wat ik daarnaast vaststel: onze jongeren staan niet buiten de maatschappij, ze staan er volop in en willen daar ook voluit deel van uitmaken. Ze studeren, sporten, werken, gaan uit, hebben gelovige en niet-gelovige vrienden en bewegen zich vanzelfsprekend in de bredere samenleving. Veel minder dan vorige generaties leven ze in een aparte kerkelijke leefwereld. Hun geloof nemen ze daarin gewoon mee. Ze willen zich niet als groep afzonderen omwille van hun geloof, en het grote voordeel daarvan is dat ze het ook niet meer wegsteken zodra ze in die maatschappij staan. Dat verandert voor ons als kerk wel de vraag die telt. Niet langer: hoe krijgen we jongeren naar onze activiteiten? Wel: hoe helpen we hen om hun geloof te beleven binnen het leven dat ze daadwerkelijk leiden? We kunnen als instituut niet meer zoveel doen buiten de maatschappij; we moeten hen de ruimte laten om vanuit hun geloof deel te nemen aan hun alledaagse activiteiten, in plaats van te verwachten dat ze zich daarvan losmaken.

En dat knaagt allerminst aan hun geloof, integendeel. Opmerkelijk is dat onze kerk vandaag het hoogste aantal zendelingen ooit telt, jongeren van 18, 19, 20 jaar die twee jaar van hun leven geven voor hun geloofsgemeenschap. Dat doe je niet zonder een doorleefd geloof. Niet iedere jongere maakt die keuze en niet iedere zending verloopt zoals vooraf gehoopt, maar het toont wel hoe belangrijk geloof voor veel van hen blijft. Alleen omdat je ze niet op elke kerkactiviteit ziet, wil dat niet zeggen dat ze niet bereid zijn zich voor hun geloof in te zetten.

Ik denk dat dit net kansen biedt, zeker voor onze kerk. Wij zijn een kerk die durft veranderen, en ik ben ervan overtuigd dat onze profeet en de apostelen intensief nadenken over de vraag hoe we volgende generaties kunnen blijven bereiken. Ik zie die bereidheid om naar nieuwe vormen te zoeken bijvoorbeeld ook in de veranderingen die vanaf september in ons studie- en lesprogramma worden doorgevoerd, waarbij meer ruimte komt voor jongeren en gezinnen om hun geloof op een eigen, persoonlijke manier vorm te geven. Veranderingen zijn vaak moeilijk te aanvaarden, maar ik realiseer me dat ze noodzakelijk zijn om de volgende generaties de kans te geven hun geloof op hun eigen manier te beleven.

Kleine rimpels, grote kring

Ik vergelijk het graag met een steen die in een vijver valt. De eerste rimpels zijn klein en lijken bijna onbeduidend. Maar ze deinen uit, cirkel na cirkel, steeds verder. Zo zie ik ook deze beweging: de eerste rimpels betekenen niet dat plots massa’s mensen opnieuw gelovig worden, maar wel dat geloof stap voor stap zichtbaarder, bewuster en bespreekbaarder wordt. En precies daarin zit volgens mij de kracht van die eerste rimpels: ze normaliseren het onderwerp en geven andere jongeren de ruimte om zich ook uit te spreken. Ik denk dat we hier getuige zijn van het prille begin van een cultuuromslag die zich de komende decennia verder zal doorzetten, niet als een terugkeer naar de massakerk van vroeger, maar als een langzame, golvende verschuiving in hoe openlijk we over geloof durven praten.

Het is dus geen revival in de zin van massa’s mensen die terugstromen naar de kerkbanken. Het is iets fundamentelers: een herinterpretatie van geloof en van de plaats die geloof inneemt in een grotendeels seculiere samenleving. En die herinterpretatie is, denk ik, precies omdat ze zichtbaarder is dan vroeger, het begin van een echte omslag. De eerste rimpels zijn er. Het is afwachten hoe ver de kring nog gaat reiken.


Ontdek meer van GeensZins

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Redelijk Gelovig: geloven in een seculiere wereld