Een geografische blunder of historische precisie? De zaak van Alma 7:10

PIN

Tijdens mijn persoonlijke schriftstudie vallen me soms details op die schuren. Het zijn van die momenten waarop je een vers leest dat je al tientallen keren hebt gezien, maar waarbij plotseling een vraag blijft haken. Onlangs gebeurde dat bij het lezen in het boek Alma. Ik stuitte op een profetie die, als je de kaart van Israël in je hoofd hebt, op zijn zachtst gezegd vreemd lijkt. Het gaat om een vers waarin de profeet Alma de geboorte van de Heiland aankondigt.

Alma 7:10 zegt het volgende:

‘En zie, Hij wordt geboren uit Maria in Jeruzalem, dat het land van onze voorvaderen is…’

Ik stopte even met lezen. Jeruzalem? Iedereen die de kerstgeschiedenis kent, weet dat Jezus in Bethlehem werd geboren. De evangeliën van Mattheüs en Lukas laten daar geen twijfel over bestaan. Waarom zou een profeet in het Boek van Mormon dan Jeruzalem noemen? Ik besloot deze vraag niet weg te duwen, maar op zoek te gaan naar meer waarheid. Wat ik ontdekte, voert ons terug naar een stoffig archief in de Egyptische woestijn en een politieke wereld van 3.500 jaar geleden.

Een ‘fout’ die nooit werd hersteld

Voordat we in de archeologie duiken, is het belangrijk om naar de bron van de tekst te kijken. Critici van het Boek van Mormon hebben dit vers al sinds 1830 aangegrepen als het ultieme bewijs dat Joseph Smith het boek zelf heeft geschreven. Hun argument is simpel: een ongeschoolde boerenzoon uit de 19e eeuw zou de fout hebben gemaakt om de bekendste stad van Israël te noemen, simpelweg omdat hij de details niet kende.

Wat echter opvallend is aan de geschiedenis van dit vers, is de standvastigheid van Joseph Smith. Tijdens zijn leven kreeg hij regelmatig kritiek op deze specifieke passage. Men wees hem erop dat hij een ‘blunder’ had begaan. Als Joseph Smith de auteur was geweest en een fout had willen verhullen, had hij de tekst in de volgende druk eenvoudig kunnen aanpassen naar ‘Bethlehem’. Dat deed hij niet. Hij liet de tekst precies zoals hij die had vertaald. Dit suggereert dat de term ‘het land van Jeruzalem’ geen vergissing was, maar een bewuste, authentieke weergave van een oude tekst.

De ontdekking van de amarna-brieven

Eén van de armana-tabletten (c) WikiCommons

Mijn zoektocht naar een verklaring bracht me bij een van de belangrijkste archeologische vondsten van de 19e eeuw: de amarna-brieven. In 1887 deed een lokale vrouw in El-Amarna, Egypte, een toevallige ontdekking terwijl ze in de grond groef. Ze vond een verzameling kleitabletten die bedekt waren met een vreemd, spijkervormig schrift. Wat begon als een toevallige vondst, bleek het koninklijke archief te zijn van farao Achnaton, de ‘ketterse’ koning van de 18e dynastie.

Deze verzameling van 382 tabletten opent een venster naar de wereld van het Nabije Oosten tussen 1350 en 1330 v.Chr. Dit was een tijd waarin Egypte een wereldmacht was, maar de controle over zijn vazalstaten in Kanaän begon te verliezen. De brieven zijn niet geschreven in het Egyptisch, maar in het Akkadisch, de ‘lingua franca’ of diplomatieke taal van de bronstijd. Dit alleen al is fascinerend: het laat zien dat de wereld toen al een complex netwerk van internationale relaties was.

De stem van Abdi-Heba

Onder deze brieven bevindt zich een reeks correspondentie (bekend als de brieven EA 285 tot en met 290) van een man genaamd Abdi-Heba. Hij was de burgemeester of koning van een stad die in de tabletten ‘Urusalim’ wordt genoemd. Dit is de oudst bekende buiten-bijbelse verwijzing naar Jeruzalem.

Wanneer je deze brieven leest, hoor je de wanhoop in zijn stem. Abdi-Heba was een loyale vazal van de farao, maar hij werd belaagd door vijandige groepen (de zogenaamde Habiru) en rivaliserende lokale vorsten. Hij smeekt de farao herhaaldelijk om militaire steun. Maar wat voor onze studie van Alma 7:10 cruciaal is, is de manier waarop hij zijn territorium omschrijft.

Hij spreekt namelijk niet alleen over zijn stadsmuren. Hij gebruikt consequent de term ‘māt urusalim’, wat letterlijk vertaald ‘het land van Jeruzalem’ betekent.

Bethlehem als onderdeel van Jeruzalem

De meest onthullende details vinden we in brief EA 290. In deze specifieke brief doet Abdi-Heba verslag van de politieke chaos in zijn regio. Hij schrijft aan de farao dat een stad genaamd Bit-Ninu’arta is overgelopen naar de vijand.

Wetenschappers, waaronder vooraanstaande archeologen zoals William F. Albright, hebben vastgesteld dat Bit-Ninu’artade oude Kanaänitische naam is voor Bethlehem. De naam betekent ‘Huis van de godin Ninurta’. In latere tijden, toen de Hebreeuwse taal de overhand kreeg, werd dit ‘Beit Lechem’ (Huis van Brood).

De brief van Abdi-Heba bewijst iets essentieels: Bethlehem werd in de oudheid beschouwd als een stad die toebehoorde aan ‘het land van Jeruzalem’. Het was een satellietstad of een dorp dat onder de administratieve en juridische controle van de hoofdstad Jeruzalem viel. Voor een inwoner van die regio, of voor iemand die de oude registers van die regio kende, was het volkomen correct om te zeggen dat iets in Bethlehem plaatsvond ‘in het land van Jeruzalem’.

Waarom de terminologie van Alma klopt

Dit brengt ons terug bij de tekst van het Boek van Mormon. Als we Alma 7:10 nauwkeurig lezen, zien we dat Alma een zeer specifieke constructie gebruikt. Hij zegt niet simpelweg ‘in de stad Jeruzalem’. Hij zegt: ‘te Jeruzalem, dat het land van onze voorvaderen is’.

Deze toevoeging is cruciaal. Voor de Nephieten, die Jeruzalem hadden verlaten in 600 v.Chr., was Jeruzalem meer dan alleen een verzameling gebouwen. Het was hun moederland, hun hele geografische identiteit. Voor hen omvatte ‘Jeruzalem’ de hele regio waar hun voorouders hadden gewoond, inclusief de omliggende dorpen zoals Bethlehem.

Het feit dat de term ‘land van Jeruzalem’ in de amarna-brieven voorkomt, maar bijna nergens in de Bijbel op die specifieke manier wordt gebruikt, is een sterk argument voor de authenticiteit van het Boek van Mormon. Joseph Smith kon in 1830 onmogelijk op de hoogte zijn geweest van de inhoud van de amarna-brieven; ze lagen nog diep begraven onder het Egyptische zand en het spijkerschrift was nog nauwelijks ontcijferd.

De diepere betekenis van onze zoektocht

Wat leert dit ons over hoe we met vragen in onze schriftstudie moeten omgaan? Voor mij bevestigt dit dat we niet bang hoeven te zijn voor schijnbare tegenstrijdigheden. Vaak is wat wij als een ‘fout’ beschouwen, simpelweg een gebrek aan context aan onze kant.

De amarna-brieven geven ons een tastbaar bewijs dat de wereld van de profeten veel complexer en rijker was dan we soms aannemen. Ze laten zien dat de taal van het Boek van Mormon perfect aansluit bij de werkelijke historische verhoudingen van het oude Nabije Oosten.

Wanneer ik nu Alma 7:10 lees, zie ik geen geografische vergissing meer. Ik zie een profeet die spreekt met een nauwkeurigheid die de tijd heeft doorstaan. Ik zie een vertaler die, ondanks spot en kritiek, trouw bleef aan de woorden die hij doorkreeg. En bovenal zie ik dat waarheid, hoe diep ze ook begraven ligt, uiteindelijk altijd door het stof heen zal spreken.

Het land van Jeruzalem was inderdaad de plek waar de Zoon van God zijn intrede in de wereld deed. En dankzij een paar kleitabletten uit een vergeten archief, weten we nu dat die omschrijving preciezer is dan we ooit hadden durven vermoeden.


Ontdek meer van GeensZins

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.