David Geens: vader, Echtgenoot, Geeky Ondernemer en Mormoon in Vlaanderen

Waarom hebben we een kerk nodig?

W

Elke zondag, voor de samenkomst begint, kijk ik als bisschop even de zaal rond. Ik zie de vaste gezichten, de mensen die al jaren naast elkaar zitten, de kinderen die luidop fluisteren omdat ze nog niet weten hoe stilte werkt. Maar er zijn ook andere gezichten. Gemiddeld kijk ik elke week zo’n tien op de honderd mensen aan die nog geen lid zijn. Ze zitten er voor de eerste, tweede of derde keer. Iemand heeft hen uitgenodigd, of ze zijn zelf op zoek gegaan op een computer naar de dichtstbijzijnde kerk.

Velen van hen blijven niet terug komen.

Dat vind ik elke keer opnieuw interessant. Want als ik met die mensen praat over waarom ze de stap naar de doop niet zetten, gaat het zelden over het geloof zelf. Geloven in iets groters dan jezelf is voor de meeste mensen niet zo moeilijk. Het knelpunt zit ergens anders. En precies dat knelpunt brengt me bij een vraag die veel verder reikt dan mijn eigen kerk: waarom hebben we eigenlijk een kerk nodig? Waarom is religie als instituut, met gebouwen, structuren en regels, nog van waarde in een tijd waarin mensen hun spiritualiteit liever zelf samenstellen?

Een kerk is geen doel, geloof is dat

Laat me eerst iets rechtzetten waar vaak over gestruikeld wordt. Een kerk is geen doel op zich. Naar de kerk gaan, een gebouw binnenstappen op zondag, is niet waar het uiteindelijk om draait. Geloven in Christus, en daarnaar leven, dat is het doel. De kerk is daarvoor een middel.

Maar een middel is niet onbelangrijk. Net zoals een ladder geen doel is maar wel nodig om bij iets te komen, zo maakt een kerk als instituut bepaalde dingen mogelijk die je in je eentje niet kan bereiken. Verbonden sluiten, rituelen voltrekken, een gemeenschap opbouwen die je vasthoudt op de momenten dat je het zelf niet meer kan. Dat heb je nodig als hulpmiddel, juist omdat het doel zo groot is.

En toch zit hier meteen de spanning die mensen afschrikt. Zodra je het woord kerk gebruikt, denken mensen aan macht, aan controle, aan structuren die het individu willen overheersen. Dat is begrijpelijk. Maar het is ook een vergissing om macht en invloed met elkaar te verwarren. Een kerkinstituut kan veel invloed hebben zonder macht uit te oefenen. Het verschil zit in vrijwilligheid. Niemand wordt gedwongen. Wie blijft, blijft omdat het iets oplevert, niet omdat hij wordt vastgehouden.

De lege plek die individualisme achterlaat

Hier raken we volgens mij de echte kern van waarom zoveel mensen toch terugkomen, ook al voelen ze diezelfde achterdocht tegenover instituten. Onze huidige maatschappij heeft het individu een ongelooflijk grote plaats gegeven. Jij bepaalt je eigen waarden. Jij stelt je eigen zingeving samen, zoals een buffet waar je kiest wat je smaakt. Op papier klinkt dat als vrijheid.

In de praktijk laat het een leegte achter. Want als alles individueel is, sta je ook alleen. Niemand controleert je nog, maar niemand draagt je ook nog mee. En precies daar biedt een kerkgemeenschap iets wat losse, individuele spiritualiteit niet kan bieden: je weet dat je er niet alleen voor staat. Niet met je twijfels, niet met je noden, niet met wie je bent.

Dat is geen pleidooi om in communes te gaan wonen of het individu helemaal weg te denken. Persoonlijke overtuiging en individuele beleving blijven essentieel, zeker in onze kerk. Maar ik geloof dat je niet ten volle tot je bestemming als christen kan komen als een volledig losstaand individu. Niet in het geloof, en eigenlijk ook niet daarbuiten.

Een lichaam, geen verzameling losse delen

De apostel Paulus gebruikt daarvoor een beeld dat ik elke keer weer sterk vind. In 1 Korintiërs 12 beschrijft hij de gemeenschap van gelovigen als een lichaam. Niet als een verzameling losse individuen die toevallig samen in dezelfde ruimte zitten, maar als een lichaam waarin elk deel zijn eigen functie heeft, en waarin geen deel kan zeggen dat het de andere niet nodig heeft.

Dat beeld is meer dan een mooie metafoor. Het is een directe aanval op de gedachte dat je geloof, of zingeving in het algemeen, volledig privé kan houden. Een oog dat zichzelf afsnijdt van het lichaam, is geen onafhankelijk oog. Het is een dood oog. Zo werkt het ook met mensen die hun spiritualiteit volledig op zichzelf willen beleven. Het lijkt vrijheid, maar het is eerder isolement met een mooiere naam.

Waarom mensen toch afhaken

Toch is dat geen volledige verklaring voor waarom zoveel mensen die warmte wel voelen, en toch weer vertrekken. Ik denk dat het zelden om het geloof zelf gaat. Het gaat om verbintenis. Mensen voelen de aantrekkingskracht van gemeenschap, maar schrikken terug voor wat die gemeenschap aan toewijding vraagt.

Dat is trouwens geen probleem dat uniek is aan religie. Elke vorm van blijvende verbintenis, een huwelijk, een vriendschap die decennia meegaat, een team waarvoor je je inzet, vraagt iets van je dat verder gaat dan vrijblijvende interesse. We leven in een tijd die verbintenis verwart met beperking. Maar net die verbintenis is wat een gemeenschap pas echt waarde geeft. Zonder toewijding krijg je geen lichaam, je krijgt een verzameling toeschouwers.

Een uitnodiging, geen verplichting

Ik denk dat veel mensen die zich vandaag afvragen of onze kerk nog iets voor hen kan betekenen, eigenlijk worstelen met precies deze twee zaken. Ze willen niet gecontroleerd worden, en ze schrikken terug voor toewijding. Begrijpelijk, in een tijd die hen voortdurend leert dat vrijheid betekent dat je nergens aan vast zit.

Maar misschien is het net omgekeerd. Misschien is de leegte die zoveel mensen voelen niet het gevolg van te veel verbintenis, maar van te weinig. En misschien is een kerk, ondanks alle terechte historische kritiek en ondanks de fouten die elk instituut nu eenmaal maakt omdat het door mensen gedragen wordt, nog steeds een van de weinige plekken waar die verbintenis structureel wordt aangeboden. Niet als verplichting, maar als uitnodiging.

Dus als je jezelf al langer die vraag stelt: kom gewoon eens kijken. Niet om meteen ergens bij te horen, maar om te voelen wat een gemeenschap met je doet die je niet loslaat zodra het ongemakkelijk wordt. De rest, de regels, de structuren, de antwoorden op de grote vragen, dat komt later wel. Eerst is er gewoon de vraag of je bereid bent om niet langer alleen te zoeken.


Ontdek meer van GeensZins

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

0 0 stemmen
Artikel waardering
Abonneer
Laat het weten als er

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Oudste
Nieuwste Meest gestemd
David Geens: vader, Echtgenoot, Geeky Ondernemer en Mormoon in Vlaanderen