Licht in het donker: over onkruid, tarwe en de liefde van Christus

PIN

Dit is de kersttoespraak die ik hield op 21 december 2025 in de wijk Sint-Niklaas.

De donkere dagen als symbool

We zitten weer in die tijd van het jaar. De dagen zijn kort, de nachten lang. Als ik ‘s ochtends opsta, is het donker. Als ik mijn werkdag afsluit, is het vaak alweer donker. Er is iets instinctiefs aan de mens in deze periode: we zoeken het licht op. We steken kaarsen aan, we hangen lichtjes in de boom, we kruipen dichter bij elkaar.

Traditioneel is Kerstmis het feest van het licht. We vieren de geboorte van Christus, het Licht van de Wereld, dat komt op het moment dat de geschiedenis op zijn donkerst leek. Maar ik wil jullie vandaag uitnodigen om dat niet te zien als een datum op de kalender, maar als een geestelijke reflex.

Waarom wachten we tot 25 december om te verlangen naar dat licht? Eigenlijk zou dat onze standaardreactie moeten zijn. Telkens wanneer we ons in een ‘donkere periode’ van ons leven bevinden – of dat nu ziekte is, een financiële tegenvaller, twijfel, of eenzaamheid – zouden we diezelfde reflex moeten hebben als nu: waar is het Licht? Waar is Christus?

Het uitkijken naar Zijn komst is geen geschiedenisles. Het is een actieve levenshouding. Het is de gewoonte om, zodra de schaduw valt, je gezicht naar Hem te keren.

De akker in onszelf

En dat brengt me bij een verhaal dat Jezus vertelde, dat misschien op het eerste gezicht niets met Kerstmis te maken lijkt te hebben, maar dat er voor mij alles mee te maken heeft. De parabel van het onkruid tussen de tarwe.

Jullie kennen het verhaal uit Mattheüs 13. Een man zaait goed zaad op zijn akker. Maar terwijl iedereen slaapt, komt zijn vijand en zaait onkruid – waarschijnlijk dolik – dwars door de tarwe heen. Als het groen opschiet, zie je ineens: hé, er groeit hier van alles door elkaar.

De knechten raken in paniek en vragen: ‘Heer, wilt u dat wij het onkruid eruit trekken?’ Maar de Heer zegt: ‘Nee. Want als je het onkruid er nu uittrekt, trek je de tarwe mee. Laat ze samen opgroeien tot de oogst.’

Meestal leggen we dit uit als een verhaal over de wereld: de goede en de slechte mensen leven samen op aarde, en aan het einde der tijden, bij het Oordeel, haalt God ze uit elkaar. Dat is de klassieke uitleg.

Maar sta mij toe om vandaag een tweede, meer persoonlijke laag aan te boren. Wat als die akker niet de wereld is? Wat als die akker ik ben? Wat als die akker jij bent?

Laten we eerlijk zijn. Ook al zijn we heiligen der laatste dagen, ook al doen we ons best, we blijven, zoals koning Benjamin dat noemde, ‘de natuurlijke mens’. In ieder van ons groeit goed zaad: ons getuigenis, onze vriendelijkheid, onze talenten. Dat is de tarwe.

Maar in diezelfde akker – in ons eigen hart – groeit ook onkruid. Er is trots. Er is ongeduld. Er is soms jaloezie, of angst, of een verslaving, of boosheid. Goed en kwaad groeien in ons allemaal samen op.

De noodzaak van tegenstelling

Als perfectionisten – en laten we eerlijk zijn, dat zijn we vaak in de kerk – is onze eerste reactie dezelfde als die van de knechten: weg ermee! We willen dat onkruid er nu, direct, met wortel en al uitrukken. We haten onze eigen zwakheden. We willen ‘perfect’ zijn, en wel nu meteen.

Maar de Heer zegt: wacht. Wees voorzichtig.

Waarom? Omdat we die tegenstelling nodig hebben om te groeien. Denk terug aan de Hof van Eden. Zonder de val, zonder de kennis van goed en kwaad, was er geen vooruitgang mogelijk. Lehi leerde het ons al in 2 Nephi 2: ‘Want het moet zo zijn, dat er een tegenstelling is in alle dingen.’

Die interne strijd, dat ‘onkruid’ waar je soms zo mee worstelt, heeft een functie. Het herinnert ons eraan dat we afhankelijk zijn van de Heer. Het leert ons nederigheid. Als we enkel tarwe waren, zouden we misschien arrogant worden. De aanwezigheid van het onkruid dwingt ons om te kiezen, elke dag opnieuw, voor het goede.

Als we te fanatiek, te agressief proberen om al onze fouten in één keer uit te roeien, beschadigen we onszelf. Je ziet mensen die zo streng zijn voor zichzelf dat ze hun eigenwaarde vernietigen – ze trekken de tarwe mee uit de grond. Ze verliezen hun vreugde in het evangelie omdat ze geobsedeerd zijn door hun fouten.

De les van de parabel is geduld. Niet dat we het onkruid moeten laten staan voor eeuwig, maar dat we moeten wachten tot we sterk genoeg zijn – tot de tarwe rijp is – om het onderscheid echt te kunnen maken. En daar hebben we Christus voor nodig. Hij is de enige die precies weet wanneer de oogsttijd daar is. Hij helpt ons om, stap voor stap, het kwade los te laten zonder het goede in ons te beschadigen.

Wij zijn de werklieden

En hier wil ik de brug slaan naar ons, hier en nu. In de parabel zijn er ‘maaiers’ of ‘werklieden’ die helpen bij de oogst. Vaak denken we dan aan engelen.

Maar wat als wij die werklieden zijn voor elkaar?

Kijk eens om je heen in deze zaal. Iedereen die hier zit, is een akker vol tarwe én onkruid. Iedereen heeft prachtige eigenschappen, en iedereen heeft scherpe randjes, fouten en tekortkomingen.

Onze taak als medechristenen is niet om met een kapmes door de gemeente te gaan en bij iedereen het onkruid aan te wijzen. ‘Heb je gezien wat hij deed?’ ‘Weet je wat zij heeft gezegd?’ Dat is het onkruid eruit rukken en de tarwe vertrappen.

Nee, onze taak is om de tarwe te helpen groeien. Onze taak is om elkaars fouten te verdragen.

Dat klinkt misschien passief, maar ‘verdragen’ is een werkwoord. Het vraagt kracht. Het betekent dat je ziet dat iemand worstelt (het onkruid), maar dat je ervoor kiest om je te focussen op hun potentieel (de tarwe). Je geeft iemand de tijd en de ruimte om te groeien, net zoals de Heer dat bij jou doet.

Dat onderscheid maken – het goede zien ondanks het kwade, en iemand helpen groeien – dat is de kern van naastenliefde. En zoals Mormon ons leerde: ‘Naastenliefde is de reine liefde van Christus.’

Naastenliefde in de praktijk

En zo zijn we weer terug bij Kerstmis. Want is dit niet de perfecte tijd om die reine liefde te oefenen? Het Kind in de kribbe kwam niet om te oordelen, maar om te redden. Hij zag in de tollenaar een discipel. Hij zag in de overspelige vrouw een ziel die liefde nodig had. Hij zag de tarwe, zelfs als de wereld alleen maar onkruid zag.

Hoe kunnen wij dat vandaag doen? Hoe kunnen wij ‘oogsters’ zijn die het goede beschermen? Ik wil jullie een paar concrete, misschien wat andere ideeën meegeven dan gewoon ‘een cake bakken voor de buren’.

  1. De digitale oogst: We leven in een tijd waarin online meningen als onkruid woekeren. Iedereen schreeuwt. Naastenliefde kan betekenen dat jij degene bent die niet fel reageert. Dat jij degene bent die online nuance brengt, of die zwijgt wanneer spreken alleen maar kwetst. Laat je timeline een plek zijn waar tarwe kan groeien, geen slagveld.
  2. Het ‘lege stoel’ principe: Kijk tijdens de feestdagen eens naar je tafel. Wie ontbreekt er? En dan bedoel ik niet familie die er niet is, maar wie valt er buiten jouw normale cirkel? Naastenliefde is iemand uitnodigen die totaal niet op jou lijkt, iemand met wie je misschien ‘niets hebt’. Misschien iemand die worstelt met het geloof, of iemand met een andere achtergrond. Durf je hen binnen te laten zonder ze te willen ‘fixen’?
  3. Professionele talenten inzetten: Soms denken we dat dienen betekent dat we stoelen moeten klaarzetten. Maar ieder van jullie heeft unieke, professionele talenten. Ben je goed in financiën? Help iemand die in de schulden zit met budgetteren – discreet en zonder oordeel. Ben je handig met computers? Help een oudere buurvrouw zodat ze kan videobellen met haar kleinkinderen. Gebruik je ‘wereldse’ skills voor hemelse doeleinden.
  4. De onzichtbare vergiffenis: Dit is misschien de moeilijkste. Naastenliefde is ook: de bestuurder vergeven die je afsnijdt in het verkeer. De collega vergeven die met de eer van jouw werk gaat strijken. Niet omdat zij sorry zeggen, maar omdat jij weigert om onkruid van wrok in je eigen hart te laten groeien. Je beschermt je eigen tarwe door de ander los te laten.
  5. Luisteren zonder oplossing: Als mannen – en ik spreek even voor mezelf – willen we vaak problemen oplossen. Als iemand vertelt over pijn, komen wij met een hamer en spijkers. Maar soms is de grootste daad van liefde gewoon zitten. Luisteren. Erkennen dat het moeilijk is. ‘Ik hoor je.’ Dat is water geven aan de tarwe van een ander, zodat ze zelf weer rechtop kunnen staan.

Celestiaal denken in de kleine dingen

We kunnen het niet over onze geestelijke groei hebben zonder stil te staan bij de erfenis die wijlen president Russell M. Nelson ons heeft nagelaten. Zijn oproep – ‘Denk celestiaal!’ – zindert nog steeds na in onze harten.

Als we die woorden horen, schieten we vaak in een bepaalde reflex. We denken aan de grote pijlers van ons geloof. Celestiaal denken, dat betekent voor ons: dagelijks in de schriften lezen, op onze knieën gaan in gebed, regelmatig naar de tempel gaan en ons bekeren van onze zonden. En dat klopt. Dat is het fundament. Dat is de grote lijn.

Maar ik wil jullie uitnodigen om die uitspraak eens vanuit een ander perspectief te bekijken.

Celestiaal denken is ook een oefening in verbeelding. Het betekent dat we ons proberen in te beelden hoe het leven in het celestiale koninkrijk er werkelijk uitziet. En als we ons die plek voorstellen – de plek waar God woont – zien we dan chaos? Zien we dan half afgewerkte projecten? Zien we daar mensen die zeggen: ‘Ach, dat is goed genoeg voor vandaag’?

Nee. We weten dat het huis van God een huis van orde is.

Hier zit de kern waar ik naartoe wil: de grote dingen kunnen niet in orde zijn als de kleine dingen dat niet zijn.

Je kunt geen celestiaal leven bouwen als je de details in je leven verwaarloost. Dat begint heel concreet, hier in onze wijk, in onze kleine gemeenschap. Celestiaal denken betekent dat we begrijpen dat ‘onze roeping grootmaken’ niet gaat over hoe belangrijk de titel is, maar over hoe zorgvuldig we de taak uitvoeren.

Of je nu wijkadministrateur bent, leerkracht in het jeugdwerk, of stoelen klaarzet voor een activiteit: de manier waarop je dat doet, weerspiegelt je begrip van het celestiale. Het gaat over orde. Het gaat over betrouwbaarheid. Het gaat over de kleine dingen doen die onze leiders ons vragen, zonder ze weg te wuiven als ‘onbelangrijk’.

Als we gevraagd worden om op tijd te zijn, om een rapportje in te dienen, of om een ruimte netjes achter te laten, dan is dat geen bureaucratie. Dat is training. Het is training in celestiaal burgerschap. Als we de kleine verantwoordelijkheden hier op aarde al niet met zorg en toewijding kunnen behandelen, hoe kunnen we dan verwachten dat ons grotere dingen worden toevertrouwd in het hiernamaals?

En is dat niet precies wat we met Kerstmis zien?

Kijk eens naar het kerstverhaal. De komst van Christus was de grootste gebeurtenis in de geschiedenis van het heelal. Maar hoe voerde de Vader dat uit? Met een ongelooflijk oog voor detail. De profetieën moesten kloppen, de geslachtslijn moest juist zijn, de timing van de volkstelling, de specifieke plaats in Bethlehem, zelfs de doeken waarin Hij gewikkeld werd. Niets werd aan het toeval overgelaten.

God is een God van details.

Wanneer wij in deze kerstperiode onze huizen versieren, doen we dat ook met oog voor detail. We hangen dat ene lichtje net goed. We zorgen dat het eten perfect is. We doen moeite voor de kleine dingen om sfeer te creëren voor onze familie.

Mijn uitnodiging is: laten we diezelfde mentaliteit meenemen naar onze dienstbaarheid in de kerk. Laten we celestiaal denken door onze roepingen en taken – hoe klein ze ook lijken – uit te voeren met precisie, met liefde en met orde. Want door zorg te dragen voor de kleine dingen, tonen we aan de Heer dat we klaar zijn voor de grote dingen die Hij voor ons in petto heeft.

Slot

Broeders en zusters, Kerstmis gaat over de komst van Christus in de wereld, maar vooral over de komst van Christus in ons.

Laten we deze kerst niet alleen kijken naar de lichtjes in de boom. Laten we naar binnen kijken. Wees genadig voor het onkruid in jezelf – je bent nog in de groei. Heb geduld.

En kijk naar de mensen om je heen. Wees genadig voor het onkruid in hen. Laten we elkaar helpen om te rijpen tot de oogst. Laten we elkaar beschermen tegen de gure wind, elkaar steunen als de groei pijn doet, en vooral: laten we elkaar liefhebben met die reine liefde van Christus.

Want uiteindelijk, als de oogsttijd komt, zal de Heer niet kijken naar hoeveel onkruid we ooit hadden. Hij zal kijken naar hoeveel tarwe we – met Zijn hulp en met elkaars hulp – hebben kunnen laten bloeien.

Ik wens jullie een zalig kerstfeest vol licht, geduld en liefde.

In de naam van Jezus Christus, amen.


Ontdek meer van GeensZins

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.