Maandenlang hadden we ernaartoe geleefd. Het huis werd volledig verbouwd, en terwijl de muren nog kaal waren en de vloeren er nog moesten inkomen, wisten we al: als we hier straks intrekken, moet er iets hangen dat zegt wie wij zijn. Iets wat van die muren meer maakt dan pleisterwerk en verf. Iets wat dit huis vanaf dag één een thuis maakt.
En dus waren we al weken aan het zoeken toen het op ons scherm verscheen: Tree of Life van Gena, een Nederlandse schilder met Russische roots die al jaren in het noorden van Nederland woont. Het doek sprong eruit. Felle kleuren, een vrolijke energie, een boom die leefde. Ik keek ernaar en wist het meteen: dat is het.
‘Ik had geen idee dat het zoveel kon betekenen’
Afgelopen weekend reed ik naar Gena om het op te halen. Terwijl ik het schilderij voorzichtig in de auto laadde, vroeg ik hem hoe hij erbij was gekomen. Hij haalde zijn schouders op en glimlachte. Het was puur inspiratie, zei hij. Een mooi thema, mooie kleuren, meteen op het doek gezet. Niet meer dan dat.
Toen vertelde ik hem wat de boom des levens voor ons als heiligen der laatste dagen betekent.
In het Boek van Mormon beschrijft de profeet Lehi een visioen: een pad, een ijzeren roede om je aan vast te houden, en aan het einde een boom met vruchten die je het eeuwig leven geven. Die boom staat voor alles waar we naartoe leven. De vrucht is het doel van ons bestaan — terugkeren bij onze Hemelse Vader, voor altijd.
Gena keek me aan en zei dat hij geen idee had gehad dat zijn schilderij zoveel meer kon betekenen voor iemand. Maar dat is het punt: dat doet het. Elke dag als ik nu die muur bekijk, word ik herinnerd aan waar het allemaal om draait.
Die lege muur is geen lege muur meer.
Het brood in mijn hand
Maar het echte verhaal begint pas vandaag.
Ik zat in de kerk. Het avondmaal werd rondgedeeld. Ik nam het brood aan, hield het even vast, en voelde hoe de rust van onze Hemelse Vader over mij heen kwam. De Heilige Geest getuigde, stil maar onmiskenbaar: dit is de weg.
En toen drong het tot me door.
Dat brood in mijn hand — dat water dat ik zo dadelijk zou drinken — dat zijn geen symbolen die alleen terugwijzen naar het offer van Christus. Ze wijzen ook vooruit. Ze zijn voorsmaakjes. Kleine stukjes van de vrucht van die boom des levens, hier en nu al in mijn handen.
Ik moest het even laten bezinken.
We nemen elke week van het avondmaal om vergeving te vragen, om ons te herinneren aan de dood en heropstanding van Christus, aan zijn verzoening. Zonder die verzoening is er geen pad, geen boom, geen eeuwig leven. Dat wist ik al. Maar wat ik vandaag voelde, was iets anders. Ik voelde dat het doel niet pas aan het einde ligt. Het ligt hier. Elke zondag opnieuw. In brood en water.
Het pad is korter dan je denkt
Dat verandert alles.
Want als je op dat pad van Lehi’s visioen loopt, met die ijzeren roede in je handen, kan het soms voelen alsof het doel onbereikbaar ver weg is. De mist is dik. Je voeten zijn zwaar. Je vraagt je af of je ooit zal aankomen.
Maar wat als je elke week al aankomt? Wat als die vrucht niet iets is waar je een leven lang naartoe werkt om er dan misschien ooit van te proeven, maar iets wat je elke zondag al in je handen krijgt?
Dan wordt het pad draagbaar. Dan wordt het zelfs mooi.
Ik merk het aan mezelf: dit inzicht maakt dat ik meer mijn best wil doen. Niet uit plicht, maar omdat ik proef waar het naartoe gaat. Het evangelie is als Christus zelf — het alfa en het omega, het begin en het einde. En net omdat er geen echt begin of einde is, omdat we weten dat we eeuwig gewezen zijn, speelt alles wat we nu doen een rol die groter is dan we beseffen.
Kom en proef
En daarom wil ik iets zeggen wat ik als bisschop op mijn hart draag.
Ik weet dat sommigen onder jullie denken dat het avondmaal er is voor de goede weken. De weken waarin je je gebeden hebt gezegd, je geduldig bent geweest, je het gevoel hebt dat je het verdient. Maar ik geloof dat het precies omgekeerd is.
Het avondmaal is er vooral voor de moeilijke weken. De weken waarin je hebt gefaald, waarin je ongeduldig was, waarin je dingen hebt gezegd die je niet meende. Het is er voor de momenten waarop je de liefde van Christus het hardst nodig hebt. En zijn liefde is oneindig. Dat is geen holle frase — het is wat de verzoening betekent.
Moet je waardig zijn om van het avondmaal te nemen? Ja. Maar die waardigheid zit hem niet in perfectie. Die zit hem in eerlijkheid. In het besef dat je fouten hebt gemaakt. In het verlangen om het beter te doen. Als dat verlangen er is, dan is de waardigheid al grotendeels ingevuld.
Je moet niet eerst perfect zijn om van het avondmaal te nemen. Het avondmaal is er juist om je dichter bij die perfectie te brengen. Laat ons niet de kar voor het paard spannen. Laat ons onszelf niet uitsluiten van het avondmaal, terwijl dat ons net de kans geeft om dichter bij Christus te komen. Want niet deelnemen betekent dat je afstand schept. En dat is niet wat onze Hemelse Vader wil. Dat is niet wat Christus wil.
Ik weet ook dat er mensen zijn die door ziekte of andere omstandigheden niet naar de kerk kunnen komen. Als dat voor jou geldt: laat het ons weten. Het enige wat je hoeft te doen is het verlangen uitspreken. Wij zorgen voor de rest. Hoe moeilijk het soms ook is — laat het je niet tegenhouden.
Of je nu lid bent of niet, of je nu een goede week achter de rug hebt of niet: ik nodig je van harte uit. Elke week opnieuw. Kom en proef van die vrucht. Ze ligt niet aan het einde van een oneindig pad.
Ze ligt hier. Nu. In brood en water.
Ontdek meer van GeensZins
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.





