Vader, Echtgenoot, Geeky Ondernemer en Mormoon in Vlaanderen

De nerd die niks van God moest weten

D

Mijn vader kocht op een bepaald moment een encyclopedie van 24 delen. Ik weet tot op vandaag niet zeker of hij dat deed om van mijn gezaag af te zijn, of als een doordachte investering in mijn honger naar kennis. Waarschijnlijk een beetje van de twee. Wat hij niet verwacht had, was dat ik zou beslissen om dat ding van A tot Z te lezen. Systematisch. Aardvarken tot zuurstof, inclusief de extra delen die later werden geleverd om de encyclopedie actueel te houden.

Ik was acht jaar.

Mijn tante ontdekte dat talent op een communiefeest, toen ik een gesprek probeerde te beginnen over arachnofobie nadat ze had gezegd dat ze bang was van spinnen. Ze keek me aan alsof ik iets geks had gedaan. Dat begreep ik niet. Ik had haar toch geholpen?

Dat is een beetje hoe mijn kindertijd eruitzag.

De kippenhok-logica

Op de kleuterschool trok de juf met de klas naar een kinderboerderij. Daarna vroeg ze iedereen een tekening te maken van een kippenhok. Ik tekende een kippenhok. Geen kippen erbij, want dat had ze niet gevraagd. Terwijl alle andere kinderen vrolijk kippende beestjes rondom hun hokken plaatsten, leverde ik een architecturaal correcte maar volledig lege constructie in.

De juf vroeg waar de kippen waren.

Ik legde uit dat ze een kippenhok had gevraagd en dat ik precies dat had getekend. Als ze kippen had willen zien, zo redeneerde ik als vijfjarige, had ze haar opdracht duidelijker moeten formuleren.

Mijn vrouw zegt nog altijd dat ik het hier volledig fout had en dat elk kind automatisch kippen tekent bij een kippenhok. In mijn wereld klopt dat echter niet. Een vraag is een vraag. Je analyseert ze en je geeft antwoord op wat er staat, niet op wat er misschien bedoeld werd.

Die logica heeft me mijn hele leven gevolgd. Ze is mijn grootste sterkte en mijn grootste blinde vlek tegelijk.

Wat ik wel en niet geloofde op mijn achttiende

Ik geloofde in wetenschap. Volledig, oprecht, zonder reserves. Wetenschap was voor mij het enige eerlijke systeem om de wereld te begrijpen: these, antithese, conclusie. Alles reproduceerbaar. Alles verifieerbaar. Axioma’s aanvaardde ik pas nadat ik ze zelf had afgetoetst. Dogma’s waren iets voor mensen die te lui waren om zelf na te denken.

Ik geloofde in logica. In de kracht van het argument. In het feit dat als je een redenering goed genoeg opbouwt, de conclusie zichzelf opdringt.

En ik geloofde, boven alles, in mezelf. Dat klinkt arrogant, en dat was het ook. Ik was een achttienjarige die overal commentaar op had, weinig vrienden had omdat volwassen gesprekken interessanter waren dan tienergedoe, en die zichzelf beschouwde als iemand die de wereld gewoon scherper zag dan de rest. Een gezonde dosis zelfkritiek ontbrak volledig.

God? Die hoorde in de categorie van de dogma’s. Mijn ouders hadden me geleerd dat religie op zijn best een historisch artefact was en op zijn slechtst een systeem om goedgelovige mensen geld afhandig te maken. Ik had geen reden om het daar niet mee eens te zijn. De godsdienstlessen op de katholieke school — ik zat op een klassiek diocesaan college, puur omwille van de educatieve reputatie — waren voor mij een aangenaam rustpunt tussen de exacte vakken. Jezus was een sympathieke figuur met een goed hart. Meer had ik er niet van gemaakt.

Wetenschap verklaarde hoe de wereld werkte. Dat was genoeg.

De haat-liefdeverhouding die naar Italië leidde

In mijn laatste jaar had ik een haat-liefdeverhouding met Latijn die ik achteraf pas heb leren waarderen. Op dat moment haatte ik de grammatica, de naamvallen, de eindeloze vervoeging van werkwoorden waarvan ik me afvroeg wie ze ooit nog zou gebruiken. Maar ik verslond alles over het oude Rome dat erbij kwam kijken. De keizers, de intriges, de redevoeringen van Cicero, de manier waarop een republiek langzaam maar zeker ontglipte aan de mensen die haar hadden gebouwd.

Die combinatie — de haat én de liefde — bracht me uiteindelijk in Italië. Het college had de traditie om eindejaarstudenten twintig dagen mee te nemen op studiereis. Twintig dagen cultuur, musea, architectuur, in leuke hotels, zonder ouders. Voor een nerd die zijn hele leven al had gelezen over al die plaatsen was dat een droom.

Ik had geen idee dat die reis mijn Damascusweg zou worden.

Dat is een Bijbels beeld — de apostel Paulus die onderweg naar Damascus van zijn paard wordt geworpen door een verschijning van de verrezen Christus en van de felste christenvervolger wordt omgevormd tot de meest productieve apostel die er ooit was. Ik kende het verhaal vaag, als één van de vele verhalen uit de godsdienslessen die ik half had gevolgd. Het had geen enkele persoonlijke betekenis voor mij.

Tot ik in Assisi aankwam.

Maar wat er daar precies gebeurde — dat is een ander verhaal. Een dat ik de volgende keer vertel.


Dit is een stuk geschreven op basis van mijn nieuw boek ‘Redelijk Gelovig’. Wie het volledige verhaal wil lezen, kan best het ganse boek lezen. Je kan ‘Redelijk Gelovig’ (vooraf)bestellen in mijn shop.


Ontdek meer van GeensZins

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Vader, Echtgenoot, Geeky Ondernemer en Mormoon in Vlaanderen