De kerk doorprikt mijn sociale bubbel

PIN

Als er iets is wat ik in mijn werk in de tech-sector zie, is het hoe goed we zijn geworden in het personaliseren van ervaringen. Van je Netflix-homepage tot je LinkedIn-feed: algoritmes zorgen ervoor dat je precies ziet wat je wilt zien, en dat je omringd wordt door mensen die denken zoals jij.

Het is comfortabel. Het is efficiënt. En ik ben ervan overtuigd dat het funest is voor onze mentale gezondheid en onze samenleving.

We leven in een eenzaamheidsepidemie, paradoxaal genoeg gevoed door hyperconnectiviteit. We trekken ons terug in bubbels van gelijkgestemden. De sportschool, de businessclub, de vriendengroep: we kiezen ze zelf uit op basis van gedeelde interesses of status.

Maar er is één plek in mijn leven waar dat algoritme niet werkt. En dat is op zondagochtend.

De geografische loterij

Een uniek aspect van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is hoe onze gemeenschappen – wij noemen ze ‘wijken’ – zijn georganiseerd. Het is puur geografisch. Je kiest je kerk niet op basis van de muziek, de populariteit van de bisschop (oef), of de politieke voorkeur van de bezoekers.

Je gaat naar de kerk waar je woont. Punt.

Dat klinkt misschien als een beperking, maar ik ervaar het als een enorme bevrijding. Het betekent dat ik op de kerkbanken zit naast mensen die ik in het ‘wilde weg’ nooit zou hebben ontmoet.

Naast mij zit misschien een gepensioneerde arbeider, voor me een jonge alleenstaande moeder die de eindjes aan elkaar knoopt, en achter me een student die worstelt met levensvragen. We stemmen niet op dezelfde partijen. We hebben andere hobbies. Onze inkomens verschillen enorm.

In een normale setting zouden we elkaar voorbijlopen. Hier noemen we elkaar ‘broeder’ en ‘zuster’.

Schuren doet glanzen

Is dat altijd makkelijk? Nee. Het botst soms. Het kan ongemakkelijk zijn. Je moet samenwerken en vergaderen met mensen die een compleet andere kijk op de wereld hebben dan jij.

Maar precies daar zit de waarde. Echte naastenliefde leer je niet in een kamer vol mensen die je naar de mond praten. Naastenliefde leer je als je geduld moet opbrengen voor iemand die je totaal niet begrijpt, en die jou niet begrijpt, maar met wie je wel samen de zaal klaarzet of een dienstproject organiseert.

Het haalt me wekelijks uit mijn comfortabele ‘CEO-bubbel’. Het dwingt me om de wereld te zien door de bril van iemand anders.

Een dorp in de stad

In een tijd waarin generaties steeds meer langs elkaar heen leven, is de kerk ook een van de weinige plekken waar intergenerationeel contact nog de norm is.

Mijn kinderen leren omgaan met ouderen die niet hun grootouders zijn. Ouderen, die vaak kampen met eenzaamheid, worden gezien, gehoord en ingezet. We dragen elkaars lasten. Als iemand verhuist, staan er twintig man klaar met dozen. Als iemand ziek is, wordt er gekookt. Niet omdat we allemaal beste vrienden zijn, maar omdat we een verbond hebben gesloten om voor elkaar te zorgen.

Waarom dit werkt voor zoekende mensen

Je hoeft niet gelovig te zijn om de waarde hiervan in te zien. In een samenleving die steeds individualistischer wordt, snakken mensen naar ‘community’. Niet de oppervlakkige online variant, maar de rauwe, echte variant waarbij mensen daadwerkelijk opdagen als het tegenzit.

Mijn geloof biedt mij theologische antwoorden, zeker. Maar het biedt me ook iets heel praktisch: een ‘oefenterrein’ voor menselijkheid. Het leert me dat de ander niet mijn vijand is, maar letterlijk mijn broeder of zuster. En dat is, in deze gepolariseerde tijden, misschien wel de krachtigste boodschap die we kunnen uitdragen.


Ontdek meer van GeensZins

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.